Sitchin’s Twaalfde Planeet (Deel 1 tm 4) – Door Evert Jan Poorterman

 

Sitchin’s Twaalfde Planeet (Deel 1) – Door Evert Jan Poorterman

                                    Zecharia Sitchin                            E.J. Poorterman

Door Evert Jan Poorterman

Nadat Zecharia Sitchin in 1976 met zijn boek ‘De Twaalfde Planeet’ uitkwam in de Verenigde Staten van Amerika, bleef een schokgolf uit en was de deining miniem, Daar bleef hef niet bij; zij schiepen de mens naar hun beeld! Heeft Sitchin gelijk en zijn er aanwijzingen dan wel bewijzen te vinden die zijn beweringen ondersteunen? Ik denk het wel! Nu pas wordt Sitchin’s werkt en inspanning erkend. Jaren terug hebben enkele onderzoekers zijn theorieën onderzocht en sommigen hebben nieuwe feiten toegevoegd en bijzondere ontdekkingen gedaan, die min of meer het bewijs leveren van het bestaan van de planeet. Slechts éénmaal noemt Sitchin de planeet GUD en dat betekent in het Sumerisch ‘aanstormende stier’… In dit artikel een poging enige duidelijkheid te verschaffen als aanzet tot bewijs en meer inzicht in onze geschiedenis.

De afgelopen eeuw hebben vele onderzoekers, wetenschappers en vrijdenkers nieuwe ideeën, theorieën en herontdekte kennis naar buiten gebracht. Sinds de Franse Revolutie is Europa danig in beroering gebracht en met name de Fransman Jean-Francois Champollion heeft met zijn vertaling van de teksten van de steen van Rosetta ‘wetenschap­pelijk’ en archeologisch onderzoek bevordert. Die steen, gevonden in 1799, nabij het kustplaatsje Rosetta in Egypte, heeft de deur geopend naar het vertalen en begrijpen van het Egyptische hiëroglyfen-schrift, waardoor meer wetenschappers zich gingen bezighouden met geschiede­nis en archeologisch onderzoek. Halverwege de 19e eeuw werd overal in het Midden-Oosten de schop in de grond gezet en zo wer­den vele mythologische plaatsen aan het zand en de vergetelheid ontrukt. Al rond 1857 spraken Taalgeleerden af wat de standaard zou zijn voor de interpretatie van het zogenaamde ‘spijkerschrift’, dat op kleitabletten was gevonden… Deze werden overal gevonden en met kruiwagens vol uit de archeologische vindplaatsen gereden.

Ik en vele anderen kunnen putten uit de vele kennis die inmiddels voor­handen is, maar zelfonderzoek blijft noodzakelijk om dieper door te drin­gen tot de meest essentiële waarhe­den. Ik ga er van uit dat alles in de Kosmos doordrongen is van leven, dus ook sterren, planeten en hun satellieten… Het zijn enorme bunde­lingen van Kosmische krachten en in die zin veel grotere ‘levende’ wezens dan wij mensen. Aannemelijk is dan ook dat hun bewustzijn zich op een hoger niveau afspeelt dan het onze. Alles in de onmetelijke Kosmos is bezield en is, zoals wij dat noemen afkomstig uit dezelfde bron. Velen noemen die bron GOD, anderen noe­men het de Bron, de scheppende oerkracht van het Heel-Al, heel het ALLES… Ik heb inmiddels een flinke speurtocht achter de rug en durf onderscheid te maken. Voor mij is GOD een beetje een Vies’ woord omdat het te pas en te onpas gebruikt wordt. Uit nieuwsgierigheid heb ik mij ietwat verdiept in de rela­tie mens-GOD en de uitkomst van die speurtocht is werkelijk verbluf­fend. Ik ben niet religieus opge­groeid en dank daarvoor de Heere op de blote knieën. Ik heb mijn zoektocht kunnen en mogen doen zonder ballast en onnodige afleiding en verwarring. En die speurtocht krijgt pas werkelijk inhoud als ik ergens in 1986 bij de Slegte in Arnhem stuit op het boek ‘De Twaalfde Planeet’ van de Amerikaanse schrijver Zecharia Sitchin. Ik neem het ter hand en bla­der erin. Een rilling trekt over mijn lijf, van mijn onderrug tot op mijn kruin en ik ‘weet’ dat dit boek mij verder zal helpen op mijn speur­tocht. Brandend van nieuwsgierig­heid vang ik die avond aan met het lezen ervan. Wat een saai boek! Mijn interesse wordt al snel getemperd, maar omdat ik al in het boek heb geneusd, weet ik dat er ook minder saaie passages volgen. Zo begint een hoogst interessant en leerzaam deel van mijn leven, dat nog niet ten einde is gekomen. Talloze keren word ik gedwongen bepaalde passa­ges meermalen te lezen om het geschrevene beter door te laten dringen tot mijn grijze cellen. Halverwege wordt het verhaal toe­gankelijker en word ik deelgenoot gemaakt van de ontdekkingen van de schrijver en onderzoeker Zecharia Sitchin.

ZECHARIA SITCHIN
Sitchin is van oorsprong een Russische Jood, die evenals de andere Russische grootheden Immanuel Velikovsky en Isaac Asimov zijn weg heeft gevonden naar de Verenigde Staten van Amerika. Sitchin werd zo rond 1920 in de voormalige USSR geboren en groeide op in Palestina, waar hij al tijdens zijn schooljaren belangstel­ling ontwikkelt voor de herkomst van de mens. Hij heeft vooral interesse in de relatie tussen de mens en GOD. Vragen aan zijn onderwijzers en de Rabbi blijven onbeantwoord, waardoor hij gedwongen is zelf op onderzoek uit te gaan. Hij studeert oud- en nieuw Hebreeuws, andere Semitische- en Europese Talen, het Oude Testament en de geschiedenis van het Midden-Oosten. Daarna stu­deerde hij in Engeland, op de ‘School of Economics’, een aan de Uiversiteit van Londen gelieerde onderwijsin­stelling, waar hij zijn graad haalde voor ‘economie history’… Hij werkte als journalist en editor in Israël, voordat hij zich definitief vestigt in New York. Hij behoort ook tot de weinigen die in staat zijn het oude zogenaamde ‘spijkerschrift’ te verta­len, interpreteren en te lezen. Ik heb mij laten vertellen dat er wereldwijd vele honderden, zo niet duizenden ‘Egyptologen’ zijn, maar slechts zo’n 150 assyriologen en sumeriologen! Hij is nu dus inmiddels een expert wat betreft de Sumerische, Assyrische en Babylonische Taal en cultuur en wordt door velen gezien als een groot kenner van de oude culturen van het Midden-Oosten.

Behalve dan door de ‘echte’ assyrio-logen, die hebben Sitchin in de ban gedaan… Tja, het is natuurlijk ook niet leuk te zien dat Sitchin als ama­teur oneindig veel meer resultaat heeft geboekt dan de zogenaamde assyriologen  in de afgelopen  150 jaren! Ook volgens ‘onze’ assyrio-loog,   de   Vlaming   Dr.    Herman Vanstiphout, verbonden aan de RUG (Rijks Universiteit Groningen) is die Sitchin een kwakzalver en derhalve geen wetenschapper. ‘Wij  kennen die Sitchin niet, hij heeft nog nooit een aansprekend artikel geschreven in een vooraanstaand wetenschap­pelijk blad’… Kennelijk is  dat de voorwaarde! Anders hoor je er niet bij! Of Sitchin nu daadwerkelijk klei­tabletten heeft vertaald of de reeds vertaalde teksten heeft bestudeerd, is voor mij geen punt.  Hij  heeft nieuw feitenmateriaal gevonden en naar buiten gebracht en dat telt voor mij. Na bijna 30 jaren van onder­zoek,  transcriberen en puzzelen komt hij in 1976 uit met zijn boek. Uitvoerig heeft hij zijn bevindingen vergeleken met andere oude bron­nen en zo ontdekte hij dat de tek­sten van de Pentateuch, de eerste 5 boeken van de Torah en het Oude Testament (de boeken van Mozes) een veel oudere herkomst hebben en afkomstig zijn uit de Sumerische beschaving en teruggaan tot wel 6.000 jaren!

Zijn in de VS uitgebrachte boek ‘De Twaalfde Planeet’ bevat enkele schokkende stellingen; A – er is nog een planeet in ons zonnestelsel, B -bewoners ervan kwamen ongeveer 445.000 jaren geleden naar onze planeet Gaia en C – zij schiepen de mens naar hun beeld. Het nieuws veroorzaakte echter geen schokgolf en minder deining dan je zou ver­wachten. Pas nu is zijn gedachte­goed algemeen geaccepteerd en zijn het juist de vele esoterische priet-praat-schrijvers in de VS die kokette­ren met zijn ideeën. Schrijf je niet over de Anunnaki, Mardoek, Nibiru, EA en de reptilians, dan hoor je d’r helemaal niet bij. Velen weten dan ook niet waarover zij schrijven en apen Sitchin slechts na.

HET ONTSTAAN VAN AL WAT IS
Om nu een beter inzicht te verkrij­gen zal ik eerst een beeld schetsen van het ontstaan van het HeelAl, zodat we beter kunnen begrijpen dat onze 12e planeet slechts een regio­naal fenomeen is. ‘Het ontstaan van al wat is’… lijkt mij een mooie kop om deze allergrootste en allesomvat­tende kracht te omschrijven. Van de vele theorieën die bestaan over het ontstaan van het HeelAl, Kosmos of Universum, is de ‘Oerknaltheorie’ de meest geaccepteerde. Daarnaast bestaat de mogelijkheid, althans zo denken de wetenschappers, dat het ontstaan van het Universum anders gegaan kan zijn. Sterker nog, het Universum was er al! Ook andere theorieën die niet uitgaan van één Universum behoren tot de mogelijkheden, zoals: ‘paralelle-universa’, ‘zeepbel-universa’ (elke zeepbel is dan een onafhankelijk Universum), ‘dubbel-universa’ en mogelijk nog meer. Het kunnen allemaal werkelijk­heden zijn en dat gaat ons bevat­tingsvermogen te boven. Het ont­staan ervan is vooralsnog een raad­sel. Heeft GOD dat zomaar tevoor­schijn getoverd?… en heeft diezelfde GOD ook planeet Gaia en de mens geschapen? Bestaat dat alles al sinds het begin of zijn begin en einde helemaal niet aan de orde. Want tijd bestaat toch niet – of toch wel!? Ik denk van wel en dat vanaf het moment dat het HeelAl ontstond, tijd meteen aanwezig was.

In de oneindige ruimte heerst nu een serene rust, zo denken astronomen, maar dat was ooit anders. De weten­schappers vragen zich af of er tijdens het ontstaan van het HeelAl of tij­dens de ‘Oerknal’ geluid aanwezig was. Alles wat wij zien en wat er is bestaat uit trilling. Klank, licht, letters en cijfers vertegenwoordigen een waarde, die in trilling is om te zetten. Als wij de trilling van de kleur geel zouden weten en die van de cijfers l tot en met 9 (en 0) en de ontelbare combinaties van die cijfers, dan past bij elke kleur een getal. Trilling is te vertalen in: l – kleuren, 2 – cijfers, 3 – letters, 4 – klanken. Deze zijn natuurlijk ook onderling uitwissel­baar. Weten we de trilling van de let­ter A, dan kan de trilling ervan in principe omgezet worden in kleur, een getal of in een klank. De trilling van het Heelal hoeft dus niet persé in geluid alleen uitgedrukt te zijn. Wij zien dat die trilling ook is omgezet in licht en dus kleur. De vraag is, werd de Oerknal vergezeld met donderend geraas, boven- en ondertonen en in alle denkbare frequenties en zijn die geluidsgolven nog waarneembaar, of zelfs hoorbaar in de oneindige ruimte? Men neemt aan, dat de Oerknal voortkwam uit materie, ter grootte van een doperwt en dat alle materie uit de gehele Kosmos samengebald is geweest in die dop­erwt. In die samenballing vonden geweldige creatieve processen plaats. Je zou kunnen zeggen; ‘alle materie en alle essentie der dingen in ons bestaande Universum reeds aanwezig was in de doperwt’. De ‘blauwdruk’ voor alles wat zou wor­den bestond dus al en dat alles was in essentie al compleet en aanwezig in de doperwt, maar als gedachte, als ontwerp. Toen spatte deze gedachte uit elkaar, het creatieve proces, nu bekend als de Oerknal kon in de materie uitgewerkt wor­den. Alle materie en zelfs alles wat nog materie moest worden, reeds voorbereidt in het ‘creatieve proces’ binnenin de doperwt, komt tot rea­liteit. Die realiteit, die vorming van de materie ontstaat pas na de gewel­dige ontploffing en uitstoot. Men neemt aan dat al in de eerste secon­den de materie enorm opzwol en meteen de vorming van nevels ster­renstelsels, sterren en planeten aan­ving. De ‘Oerknal’ maakte de materi-alisatie mogelijk van het creatieve proces. Hierdoor heeft het centrum van alles, de doperwt zelf dus zich opgeheven en ontstond op die plek een enorme leegte. De oneindige denkkracht en creativiteit reist als het ware mee met de uitgestoten essentie, die tot materie verwordt. Alle nevelen, alle sterrenstelsels, sterren en planeten en alles wat zich daarin en daarop bevindt, ‘leeft’ en is doordrongen van die oneindige crea­tieve ‘Oerkracht’, door de meesten van ons GOD genoemd. Ik wil aanto­nen dat GOD een onjuiste benaming is voor dit fabelachtige fenomeen. Heel-het-Alles, het HeelAl, het AL of Alles (Allah?) is een veel betere benaming. De uitstoot van de gedachte en wording tot materie is een ‘puls’ die uiteindelijk resulteert in inkrimping en samenballing tot de essentie-bundeling waaruit een nieuwe doperwt ontstaat. In eonen van tijd, niet gebonden aan tijd, komt het opnieuw tot een creatief proces. Zo heeft het HeelAl een aan-en-uit bestaan. Aan en uit zijn twee hoedanigheden waartussen tijd kan bestaan. Creatie, uitstoot van de gedachte, de realisatie van materie, de inkrimping en samenballing en opnieuw weer ‘creatie’. Net als de naar alle kanten spetterende sterret­jes uit vuurwerk zoekt het leven zijn weg. Hoe vaak de ‘Denkkracht’ al tot een puls is gekomen, weten wij niet. De ‘puls’ waarin wij nu zitten, wordt geschat op 14 miljard jaren, hoewel in dat HeelAl van 14 miljard jaren sterren zijn gelokaliseerd die ver­moedelijk al 18 miljard jaren oud zijn. In de jaren ’80 beweerden enkele Duitse astronomen dat wij het HeelAl zeker mogen dateren op 22 miljard jaren. De schattingen lopen dus nogal uiteen. Evenmin weten wij hoelang een puls duurt en waar in de ‘Tijd’ wij ons nu bevinden. De tijd zoals wij deze kennen op onze pla­neet is mogelijk gerelateerd aan die van ons eigen Zonnestelsel, maar kan bijvoorbeeld wel sterk afwijken van andere delen van de Melkweg of zelfs van de uniforme TIJD in het HeelAl.

GUD
De oude Sumeru hebben op de klei­tabletten de ontstaansgeschiedenis van ons zonnestelsel geschreven en Sitchin heeft dat herontdekt. Volgens de teksten was de Zon (AB.ZU/AP.SU) er al vanaf het begin en daarna werden de planeten pas geboren. Eerst Mumu (Mercurius) en daarna Tiamat. Uit deze heilige drie-eenheid zijn vervolgens de planeten Mars en Venus geboren, daarna de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus en daaruit vervolgens Uranus en uit Uranus weer Neptunus, die dus tweeling-planeten zijn. Toen ons stelsel af was, maar nog instabiel kwam een ‘sterrenvonk’ van een andere ster in onze richting gescho­ten. Die vonk is de GOD uit de bijbel en hij botste met de planeet Tiamat (Lukipehere/Lucifer uit de bijbel). Stel je eens voor; je bent net afge­splitst van een grotere ster en wordt weggeschoten. Helemaal zonder papa en mama werd dit weeskind in de richting van ons zonnestelsel geschoten. Jong, onervaren en zon­der ouders of hoeders ondervond hij meteen in ons zonnestelsel vijandschap en vocht hij de strijd met de baas van het spul; Tiamat en ver­sloeg haar… De andere, met name grotere planeten, steunden hem en waren blij dat hij Tiamat/Lucifer had verslagen… In Jesaja 14 kunnen we het volgende lezen:

Jesaja 14 vers 12

12  Hoe zijt gij uit den hemel geval­len, o morgenster, gij zoon des dage-raads! Hoe zijt gij ter aarde nederge-houwen, gij, die de heidenen krenk-tet!

13  En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.

14  Ik zal boven de hoogten der wol-ken klimmen, ik zal den Allerhoogste gelijk worden.

Het was niet Lucifer die opklom naar de troon van GOD, maar de nieuwe planeet GUD die opklom naar de positie van Tiamat. Een botsing kon niet uitblijven en zo kon op beide planeten evolutie aanvangen. Hij werd erkend en kroonde zich tot de oppergod van ons zonnestelsel. Ondanks de aanbidding en zijn posi­tie, is hij niet gelukkig. Elke 3600 jaren als hij in ons stelsel verschijnt zijn de anderen bang voor hem. Ze huiveren en trillen van angst. De oppergod, de stralende, de ‘Heer der Hemelen’ komt op inspectie. Hij zal nietsontziend de orde onder de pla­neten herstellen. Op Gaia gaat dat gepaard met aardbevingen, vulkaan­uitbarstingen en klimaatomslagen waardoor oogsten mislukken, honger en dorst de mens en dier plagen, daardoor komen de volken in bewe­ging op zoek naar voedsel en beschutting. Hij is de grote ver­woester. De mensen en goden die hier wonen, leven in angst en zijn onder de indruk van zijn kracht. Deze almachtige planeet GUD regeert met harde hand… De soort die erop evo­lueerde kwam voort uit de Sauriërs. Dat was bij ons misschien ook wel de bedoeling, maar een Kosmische ramp maakte daar 65 miljoen jaren gele­den een einde aan. Toen de Anunnaki-guds hier kwamen en hier onderzoek deden, kwamen zij er ach­ter hoe alles in elkaar stak… Vooral na de zondvloed ontdekten zij hun verbondenheid met ons en onze planeet. De omkanteling en de zondvloed die het tot gevolg had, maakte het mogelijk dat zij beter de bodem en aardlagen konden onderzoeken. De planeet was letterlijk omge­ploegd. Zo ontdekten zij dat de grote Sauriërs hun verwanten waren en dat de evolutie zich net als bij hun vol­trokken had… Met één groot verschil echter! Wij waren voortgekomen uit de zoogdieren en zij uit de reptie­len… Daardoor zijn wij warmbloedig en kennen wij nestwarmte en zijn zij koudbloedig. Deze koudbloedigen (met blauw bloed!) worden uit eitjes geboren. Mama legt honderden eit­jes, door papa bevrucht en uiteinde­lijk komen zij uit en zwemmen weg. Ze hebben geen enkel benul dat zij honderden broertjes en zusjes heb­ben! Zij hebben geen enkele binding met de anderen of met hun vader en moeder! Dat zie je ook bij de Anunnaki-guds! Ze zijn afstandelijk, klinisch en wij ervaren dat als hard­vochtig en soms wreed. Dat zijn de Sauriër-aspecten in hen. Daarmee hoeven het geen slechte wezens te zijn. Ze zijn anders. Ook wij dragen zowel het goede als ook het slechte in ons en de scheidslijn is soms flin­terdun!

Dat wat wij menen te weten en wat ons aangaat is slechts één gras­sprietje op een heel voetbalveld. Zo liggen de verhoudingen. Ons zonne­stelsel is dat ene grassprietje en het veld is de Melkweg waarin wij wonen. Dan zijn er nóg miljarden andere voetbalvelden! Het lijkt gemakkelijk om alles van en over dat ene grassprietje te weten, maar dat doen we niet. Op de totale leeftijd van 4,7 miljard jaren dat onze pla­neet oud is, is de komst van de goden/Anunnaki en hun verblijf hier slechts 1/10.000e deel! ofwel 450.000 jaren. Da’s helemaal niks! En van dat 1/10.0006 deel weten we nagenoeg niets. Ik zeg dit alles zodat tot ons doordringt hoe weinig we weten of menen te weten. De pla­neet en de wereld zoals wij deze nu kennen is het resultaat van 445.000 jaren aanwezigheid van de guds.

Sinds de ompoling 10.800 jaren gele­den en de zondvloed die daarvan het gevolg was, zijn we voor het eerst vrij. Geen slaven meer van de Guds en bezig onze herkomst te ontdek­ken. Dus eigenlijk reikt onze kennis maar tot aan de zondvloed en van dat tijdvak weten we zeer weinig… daarvan zijn de laatste 6.000 jaren ons een beetje bekend omdat er oude teksten zijn gevonden. Dat is onze historie, daarvoor is alles pre­historie… Een begin tot dat ontdek­ken is het boek ‘De Twaalfde Planeet’. Dankzij dit boek heb ik mij enorm kunnen ontwikkelen en geweldige ontdekkingen gedaan en inzicht ver­kregen in tal van zaken. Ik heb inmiddels zulk belangrijk feitenmate­riaal ontdekt dat er geen twijfel mogelijk is aan Sitchin’s verhaal en is het meer dan een theorie alleen, het is onze werkelijkheid!

Ik kan u zeggen dat de heilige Apis-stier, de heilige koeien in India, de Koe-vereringen in Zuidoost-Azië, de acrobatiek met stieren in Mycene, het labyrint op Kreta waarin Minos het stiermonster leefde, het stieren-vechten in Zuid-Frankrijk, Spanje en Mexico, de Friesche Oerossen, de hoorns op de helmen van krijgers, etc. allemaal gebaseerd zijn op deze planeet. De kennis er aan en de ver­ering dan wel angst ervoor is diep geworteld in onze samenleving… Die elementen komen nu weer bovendrij­ven; Microsoft heeft voor één van haar divisies gekozen voor een nieuw logo: de Longhorn… Voor de oplet­tende lezer zijn er talloze herkennin­gen in onze samenleving die verwij­zen naar de invloed en aanwezigheid van de guds/goden van de 12e pla­neet.

Klik voor deel 2

Aangepaste versie overgenomen van:
http://www.terugnaardesterren.com/Poorterman-Deel1.html

Lezing: Deel 1 van 10 – Nibiru – Evert Jan Poorterman – De Twaalfde Planeet

Deel 2
http://www.youtube.com/watch?v=iA47ZCMHJAM&feature=relmfu
Deel 3
http://www.youtube.com/watch?v=6YZoLKcX230&feature=channel&list=UL
Deel 4
http://www.youtube.com/watch?v=uDrqPJ6cOqY&feature=channel&list=UL
Deel 5
http://www.youtube.com/watch?v=hs2YSqsEFJg&feature=channel&list=UL
Deel 6
http://www.youtube.com/watch?v=bM6DrJdh1VM&feature=channel&list=UL
Deel 7
http://www.youtube.com/watch?v=9BK6UIJx2a0&feature=channel&list=UL
Deel 8
http://www.youtube.com/watch?v=de3O6Xf4OfA&feature=channel&list=UL
Deel 9
http://www.youtube.com/watch?v=Ino8QxajBeI&feature=channel&list=UL
Deel 10
http://www.youtube.com/watch?v=8Jdz7qIe4LY&feature=channel&list=UL

Interview: Evert Jan Poorterman – Herontdekking van de Oertaal – Deel 1

Deel 2
http://www.youtube.com/watch?v=4wxcbWq0GWc&feature=channel&list=UL
Deel 3
http://www.youtube.com/watch?v=tUtWJV9BvrQ&feature=channel&list=UL

 

Klik op pagina 2 voor Deel 2 – klik op pagina 3 voor Deel 3 etc….

Dit bericht is geplaatst in Borobudur / Enki / Annunaki / Sitchin, Evert Jan Poorterman (Sitchin/Anunaki/Nibiru) met de tags , , . Bookmark de permalink.

5 reacties op Sitchin’s Twaalfde Planeet (Deel 1 tm 4) – Door Evert Jan Poorterman

  1. Hans Bolt schreef:

    Heb alle boeken van Sitchin in mijn boekenkast, maar alleen in het Engels.
    Hoe kom ik aan de Nederlandse vertalingen?

  2. Ad Roest schreef:

    Beste allen,De 12de planeet bestaat, is gezien, er zijn afbeeldingen van gemaakt, het heeft een symbool dat wij wereldwijd vinden. Eb hij komt terug.
    Lees: een Planeet met een Handicap.

    • tjen, natuurlijk ben ik op de hoogte van de Stieren in New York, Sjanghai en sinds kort ook Amsterdam. De Verenigde Staten van Amerika is nog steeds een kolonie van Holland… en dat maakt ons land en ons volk, als nazaten van de grote Soemerische beschaving, tot één van de machtigste spelers op het wereldtoneel. Zie de VS maar als onze ‘Bromsnor’. Als er ergens iets is wat onze machthebbers in Holland (of onder de grond) niet bevalt, sturen we er onze dienstklopper op af met zijn gummiknuppel en zijn sabel… en omdat wij in onze folklore nog de schepping van de mens herdenken (Sinterklaasverhaal – speculaas- en taaitaaipoppen als Adam en Eva) en dat die eerste mensen leerden lezen en schrijven (het geven van chocolade- en banketletters), maakt onder andere dat wij een speciale band hebben met de ‘goden’, of de Anunnaki. Daarom ook is Amsterdam zo belangrijk… als je de binnenstad met zijn ringen van grachten verdubbeld, lrijg je een beeld van de beschrijving van Atlantis. Een ronde stad met grachten… groet Evert Jan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *