Macht en religie; de sublieme combinatie

Dit artikel werd eerder al op 02-05-09 gepubliceerd op Anarchiel.com en wordt hier met toestemming van Jim Beam nogmaals onder de aandacht gebracht.

Klik hier voor de andere stukken van Jim Beame

Macht en religie; de sublieme combinatie

Macht en religie vormen de perfecte combinatie. Religie veroorzaakt onnatuurlijke scheidingen tussen mensen van welke verdeeldheid de macht profiteert. Religie stimuleert tot blinde onderwerping aan autoriteit. Religie reduceert de persoonlijke verantwoordelijkheid voor het handelen en minimaliseert de actiebereidheid omdat God uiteindelijk alles bestiert, vergeeft en goed maakt. Afschuwelijke daden kunnen machthebbers rechtvaardigen uit hoofde van Gods naam en wilsbeschikking.

Religie is gebaseerd op mythevorming. Een mythe is een algemeen geaccepteerd idee dat in werkelijkheid vals is. Religie geeft degenen die deze leugen kennen, een ongekende macht ter manipulatie van de samenleving. Religie functioneert als gedachtenkooi. Het geeft ‘van God’ gestelde kaders en regels waarbuiten je niet mag treden. De religiemythe is een richtinggevend en mobiliserend verhaal voor gelovigen. Het appelleert aan gevoelens van schuld en angst. Het gaat daarbij niet om het waarheidsgehalte maar om de functie van de mythe: de mindset. De religieuze mythe functioneert pas als zij algemeen wordt geloofd. De heilige fundamenten van religie mogen niet ter discussie worden gesteld; dat is ‘slechte smaak’, persoonlijk kwetsend, taboe of blasfemie. De behoeders van religie zullen niet in debat treden, zij zullen negeren of straffen. Een dergelijke atmosfeer van mythes, ontvankelijke goedgelovigen en taboes, is een voedingsbodem voor andere ‘mythen.’

Nederland is nog steeds doordesemd met deze sfeer van ontvankelijk vertrouwen, politieke correctheid (=taboes) en goedgelovigheid. ‘Jongeren zijn de meest calvinistische Nederlanders. Ze overtreffen 80-jarigen’, schrijft de Trouw naar aanleiding van een onderzoek (Trouw 29 april 2009, lees: artikel Anarchiel overCalvijn, seriemoordenaar’).

Geïnstitutionaliseerde religie moet niet verward worden met spiritualiteit; meestal betekent het een het einde van het ander. Onder religie vallen eigenlijk ook de grote ismen, dogmatische ‘geloofssystemen’ die met geweld en onderdrukking van andersdenkenden zich beroepen op hun enige echte waarheid als het occult georiënteerde fascisme, totalitair communisme en neo-liberale kapitalisme gestuurd door de ‘heilige’ Friedman-doctrine1; ismen die niet de mens dienen maar een machtssysteem, ismen die net als andere geloofssystemen bol staan van de symboliek en van een hoog manipulatief gehalte zijn.

De valsheid van Gods voorwaardelijke liefde
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’
(Johannes 3:16)

Dit is de meest aangevoerde tekst door ‘wedergeboren’ christenen om aan te tonen hoe groot de liefde van God is voor…  Ja, voor wie eigenlijk? Alleen voor ‘een ieder die in Hem gelooft!’ Dat betekent dat de miljarden mensen die het levenslicht zagen vóór Christus’ geboorte, alle miljarden andersgelovigen en ongelovigen tijdens of na Chistus’ leven op aarde – voor zover hij hier daadwerkelijk heeft rondgelopen – ‘verderven’, oftewel: in het verderf worden gestort, hoe liefdevol, warm, medemenselijk men ook was. En het verderf is de plek ‘alwaar het geween is en het knersen der tanden’; de hel of hades (Math. 8 :12). Het gros van de mensheid is dus verloren. Schurken die gelovig zijn zullen daarentegen gereinigd worden door het bloed van Christus en al gaan ze in de fout; door Gods Zoon ontvangen zij vergiffenis als zij in gebed belijden, zoals de schatrijke televisiedominee Ted Haggard die andersgeaarden en drugsgebruikers tot de hel veroordeelde terwijl hij gelijktijdig een geheim leven bleek te leiden met mannelijke prostituees en gebruik van crystal meth.

God behoudt enkel de gelovigen en maant ongelovigen – waartoe Hij ook andersgelovigen; de Bijbelse afgodendienaars of heidenen rekent – zich te bekeren door te appelleren aan hun angst voor de dood: ‘als jij niet doet wat IK, de HEERE, zeg laat IK je na je dood eeuwig martelen op een duistere plek met eeuwige pijn en onuitblusbaar vuur’ (Luc. 16:23, Marc. 9:43): Om die reden zijn de geïnstitutionaliseerde religies eigenlijk – om met Bernlef te spreken – geritualiseerde doodsangst en angst is een uitstekend manipulatiemiddel. Ongelovigen zijn zondaars, een soort Untermenschen, in tegenstelling tot de ‘geheiligden’, de christenen die immers door Christus’ bloed van zonden en ongerechtigheden zijn gereinigd. Hier begint de verdeling.

Divide et impera; religie als het perfecte machtsinstrument
Gelovigen en ongelovigen, behoudenen en verdorvenen, de schapen en bokken, goed en slecht, zij en wij. Verdeel en heers is een basisprincipe van geïnstitutionaliseerde religies. Religies brengen onnatuurlijke scheidingen, scheidingen die er niet zouden moeten zijn. Scheiding tussen mannen en vrouwen, joden en islamieten, katholieken en protestanten, uniebaptisten en vrije baptisten, gelovigen en ongelovigen, volkeren Gods en heidenen, dappere hoeders van de christelijke gezinsmoraal als Haggard en Balkenende en ‘ontaarde sodomieten.’ Deze scheidingen gepaard gaand met angst voor het onbekende – de haat voor on- of andersgelovigen – worden vaak zóver doorgevoerd dat religieuzen, groepen in de samenleving dehumaniseren en het ombrengen van hen gerechtvaardigd achten zoals blijkt uit talloze voorbeelden in de geschiedenis. 

Religie is in feite de gemakkelijkste manier om het volgzame volk te laten doen wat machthebbers van hen willen. Napoleon vond van religie dat het ‘het volk mak houdt in plaats van krachtig en onafhankelijk’, schrijft Steven Kreis in ‘History Guide’ (Lecture 15). Religie is volgens Napoleon de levensverzekering van de machtselite, hij zei ‘religie is wat de armen ervan weerhoudt de rijken te vermoorden.’

Religie als middel tot blinde onderwerping aan autoriteit
Talloze bijbelteksten vermanen tot gehoorzaamheid aan de autoriteiten. De overheid is immers de ‘dienaresse Gods’ waaraan mensen met een zuiver geweten zich zonder morren onderwerpen. Zo hoort dat want anders verzet je je tegen Gods instellingen en feitelijk tegen Godzélve. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? De overheid is er voor ons bestwil en daarom betaal je keurig belasting en als je dat niet doet, doe je kwaad en daarvoor draagt de overheid het zwaard niet voor niets. De volgende tekst illustreert perfect wat Napoleon bedoelt:

Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen zullen een oordeel over zich brengen. Want als iemand Goed handelt hoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel, als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het goede en gij zult lof van haar ontvangen. Zij staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft. Daarom is het nodig zich te onderwerpen, niet slechts om de toorn, maar om des gewetens wil. Daarom brengt gij toch ook belastingen op; want zij zijn dienaren Gods, die juist op dit punt voortdurend letten. Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eerbetoon toekomt.’ 

Ja, u leest het goed; ook dit is een tekst uit de Bijbel! (Romeinen 13, NBG51).Meteen wordt ons duidelijk waarom Balkenende als vertegenwoordiger van ons allen in zijn toespraak vanuit het Catshuis voor de televisie stelt dat wij zonder geloof niet kunnen functioneren (Hour of Power, 17 februari 2008). Bush Sr. verklaarde als wedergeboren christen, lid van de ‘Brotherhood of Death’2 en bezoeker van Bohemian Groove dat ‘this land [Amerika] is one nation under God’ en atheïsten burgers noch patriotten zijn.

Religie als ongekend machtsmiddel ter manipulatie van de samenleving
Nu is ook beter te begrijpen dat Constantijn de Grote tijdens het Concilie van Nicea in 325, zo het hem het beste uitkwam, religieuze dogma’s officieel maakte en men op basis daarvan in 397 te Carthago allerlei religieuze boeken samenvoegde tot de Bijbelse Canon, een verzameling religieuze geschriften die wij heden ten dage mogen kennen als Gods ‘onfeilbare’ Woord. Door de invoering van het christendom als staatsgodsdienst, behield Constantijn de macht in het Oost Romeinse Rijk. Bovengenoemd Bijbelboek van Paulus aan de Romeinen paste natuurlijk bijzonder goed in zijn straatje, terwijl andere boeken juist gemakshalve apocrief werden verklaard: daarmee zijn we bij een ander basisprincipe van religie, namelijk het uitgangspunt van ‘pick and choose.’ In navolging van Constantijn selecteerden de autoriteiten zoals het hen uitkwam. Deed Constantijn dat bij het samenstellen van de Bijbel, na hem gebruikte men het ‘pick and choose’ principe vooral bij de tekstuitleg. Opnieuw een bron van verdeling. Gods Woord is tweeduizend jaar na Christus vermeende geboorte nog zó obscuur dat het tot op de dag van vandaag aanleiding geeft tot ruzies, scheuringen en geloofsoorlogen. Ondanks dit totale gebrek aan overeenstemming mogen de fundamenten van het geloof niet bevraagd worden – en blijft de verdeeldheid gehandhaafd – want dat is blasfemie en Gods wegen zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk.

Al heel jong stellen gelovige ouders kinderen bloot aan de religieuze ‘waarheiden.’ In feite worden kinderen gehersenspoeld, emotioneel geprogrammeerd waardoor – zeker bij orthodoxere stromingen – zij heel moeilijk afstand kunnen nemen om over te kunnen gaan tot zelfstandig vrijdenken. De Nederlandse literaire wereld kent genoeg voorbeelden. Deze discrete en onbewuste indoctrinatie van ouder op kind verzekert het voortbestaan van de religie op subtiele wijze. 

Om kritiek op geloof onmogelijk te maken probeert de overheid deze tegenwoordig weer strafbaar te stellen of houden met nieuwe blasfemiewetten, door kritiek te laten vallen onder ‘discriminatie’ – terwijl je geloof kunt ‘afdoen’, maar je huidskleur, geslacht of geaardheid niet – of via aanscherping van de wetstekst (Volkskrant 15 januari 2009). Kortom: verdeeldheid gegarandeerd! De site van het Europees Parlement maakt op 14 april 2009 melding van de nieuwe VN-resolutie die godslastering’ stafbaar wil stellen. CDA senator Sophie van Bijsterveld vindt de invloed van de kerk op de staat wenselijk (Elsevier 20 januari 2009) en zelfs de voorzitter van de PVDA, Liane Ploumen, geeft het strikt seculiere gedachtegoed van haar partij op ten faveure van ‘religieuze inspiratie’. ‘Ploumen is niet huiverig voor vermenging van politiek en religie. Het is volgens haar dan ook tijd dat de publieke rol van religie hoger op de politieke agenda komt’ (W. Huttinga, Trouw, 6 december 2007).

De ‘waarheid’ van religie is vals en gebaseerd op leugens
Jood, christen en moslim; alledrie beschouwen hun eigen geloof als het enig juiste en, zoals boven gesteld, on- of andersgelovigen in feite als inferieur. Zijn deze on- of andersgelovigen slecht? Zijn mensen van nature überhaupt slecht en schuldig zoals religies ons inprenten? Zijn de gehanteerde onderscheidingen wel gerechtvaardigd? Worden ze misschien kunstmatig in stand gehouden? Is de mensheid niet veel meer een eenheid dan we denken? Zouden we niet veel meer verbondenheid moeten voelen in plaats van ons gemeenschappelijk menszijn door religies te laten verstoren?

De mensheid is een eenheid met een gemeenschappelijk begin. Ook religies hebben een gemeenschappelijke oorsprong. De ibrahimische heilige boeken hebben, daar waar hun teksten naar die oorsprong verwijzen, wel degelijk kernen van waarheid. Als we de religiegeschiedenis bestuderen worden de kunstmatige begrenzingen en absolute geloofswaarheden ineens heel relatief. Laten we het christendom eens nader beschouwen. Wat geldt voor deze godsdienst geldt ook voor de andere religies, in het bijzonder de ibrahimische (joden-, christendom en islam).

De ibrahimische religies zijn gebaseerd op mythes van Egyptische oorsprong
Het christendom blijkt een amalgaam van Egyptische, Grieks-Romeinse, Joodse en Perzisch-Babylonische invloeden. De sterkste invloed komt uit Egypte. Het woord ‘amen’ waarmee christenen, moslims en joden het gebed afsluiten bijvoorbeeld, duidt op een Egyptische oorsprong overgeleverd via het Hebreews waar het als bekrachtiging fungeerde. Met de uittocht uit Egypte namen de joden ook de godsdienst mee. Amen, Amon of Amen-Ra is namelijk de naam voor de Egyptische zonnegod. Denk ook aan de naam van farao Toetanch-amon. Betekent dit dat de aanhangers van ibrahimische religies in feite een Egyptische God aanroepen? Laten we nog eens verder kijken.

Bij wie denken we bijvoorbeeld aan de volgende eigenschappen? Aangekondigd door een engel aan zijn moeder, geboren als eniggeboren zoon Gods uit een maagd op 25 december, gelegen in een kribbe met herders als getuigen. Op zijn dertigste gedoopt. Onderworpen aan de verzoeking in de woestijn. Nagevolgd door twaalf discipelen. Hij heelde de zieken, wierp demonen uit, maakte blinden ziend. Stierf aan het kruis, gehangen tussen twee criminelen. Stond na drie dagen op uit de dood en zal uiteindelijk het duizend jarig rijk regeren. Hij was het lam Gods, de gezalfde, de zoon des mensen, het brood des levens, was een visser des mensen en had als symbolen; ichtus, wijnrank en herdersstaf. U raadt het al: het is Horus! De gepersonifieerde Zon; de Egyptische Zoon of Zon van God, of op zijn Engels gelijk uitgesproken ‘Sun/Son of God’, als het ‘Licht der Wereld’ zoals Christus zegt in Johannes 8:12, voor wie de Zondag/Sunday of Zonnedag ter verering is gereserveerd. Net als Christus in Byzantijnse mozaïeken met een gouden aureool – een zonne-embleem – is Horus vaak afgebeeld met een zonneschijf boven of achter het hoofd. Horus werd al meer dan drieduizend jaar voor Christus aanbeden. Steeds meer bronnen op het internet en in de literatuur verwijzen naar deze oorsprong.

E.M. Murdock schreef recentelijk een uitgebreid gedocumenteerd werk onder de titel ‘Christ in Egypt’, waarin zij in zeshonderd pagina’s aantoont dat Christus feitelijk van Horus is geplagieerd3. Uiteraard wordt de connectie heftig door christenen ontkent (zie verder o.m. religioustolerance.org). Zelfs de naam Israël zou een Egyptische oorsprong hebben volgens sommige bronnen; op zich niet verwonderlijk als je bedenkt dat de nomadische Israëlieten in Egypte leefden toen Mozes hen uit dat land geleidde naar het door God ‘beloofde land’ Kanaän. Is-Ra-El zou een samenstelling zijn van Isis, de Egyptische moeder- en maangodin, Ra verwijzend naar de mannelijke zonnegod Amen-Ra, en El (enkelvoudvorm van Elohim), de benaming voor de Kanaänitische God gewijd aan Saturnus. Voor zijn verering was niet de Zon-dag maar de Saturnus-dag, ‘dies Saturni’, Saturday, oftewel zaterdag gereserveerd. Aangezien het leeuwendeel van de aandacht uitging naar El, riep het ‘Volk van God’ zaterdag, de sabbat, uit tot heilige dag. Officiële bronnen ontkennen deze verklaring heftig, de etymologische oorsprong zou onduidelijk zijn.

Veel bronnen wijzen, onder groot protest van de gevestigde orde, ook op de Egyptische oorsprong van teksten uit het Bijbelse Oude Testament. Een van de bekendste is Ahmed Osman’s ‘Out of Egypt, The Roots of Christianity Revealed’ dat de Egyptische origine van een groot deel van de oudtestamentische teksten aantoont. Zo zijn de Mozaische wetten met de tien geboden rechtstreeks gekopieerd van hoofdstuk 125 het Egyptische dodenboek (zie ‘Out of Egypt’).

Dozijnen messiassen aan het firmament
Ook andere religies ouder dan het christendom kennen messiassen die soms verbluffende overeenkomsten met Christus vertonen waardoor de indruk ontstaat dat de Christelijke religie wel eens leentjebuur zou kunnen hebben gespeeld. De tegenstribbelende christenen ten spijt; van toeval kan eigenlijk nauwelijks meer sprake zijn. Aan de uniciteit van Christus als eniggeboren, lichtbrengende ‘Son/Sun of God’ kan ernstig getwijfeld worden.

Een andere Zoon/Zon van God, genaamd de Messias of Christos, geboren in een stal, vergezeld door twaalf discipelen met wie hij het laatste avondmaal gebruikte, geboren op 25 december, gestorven als zoenoffer voor zondige mensen, opgestaan en naar de hemelse Vader gevaren, wederkomend om de mensheid te oordelen, onderdeel van de heilige drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest, dikwijls afgebeeld met een aureool, voor wie gedoopte gelovigen ter nagedachtenis aan Zijn lichaam en bloed wijn drinken en brood eten en aan wie de Zondag als rustdag is gewijd: Mythras.

Naast Horus en Myhras is er Dionysos oftewel Bacchus, eveneens een Zoon/Zon van God, de heiland, geboren uit een maagd op 25 december in een stal in aanwezigheid van drie herders, gestorven als zoenoffer voor onze zonden en van wie de volgelingen gedoopt werden. Dionysos veranderde water in wijn – wijn die drinkers veranderde in een ‘bevrijde, nieuwe mens’ – liet de doden herrijzen en vierde het laatste avondmaal met twaalf discipelen. Mythras, Horus, Krishna, Dionysos, Attis, Osiris; naast hen bestaan er nog dozijnen soortgelijke zonnegodheden.

Plutarchus, Livius, Seneca: geen van de vele historici ten tijde van Jezus documenteren Jezus’ mirakels, terwijl je dat toch zou verwachten bij wereldnieuws over iemand die op water kan lopen, water in wijn verandert en doden tot leven brengt. Slechts drie historici maken melding van ene ‘Christos’ maar dat is geen eigennaam doch een aanduiding, betekenend ‘gezalfde’, een predikaat in de oudheid voor iedereen van gezag of status, vaak een koning, soms een godheid (Klik hier voor een 2-delige video-uitleg over de christusmythe: een, twee).

De astrotheologische basis van de wereldreligies
Deze Lichten der Wereld werden alle op 25 december maagdelijk geboren, waren drie dagen dood om daarna op te staan en hadden veelal twaalf volgelingen. Vijfentwintig december is de dag van de zonnewende waarop ‘heidense’ gelovigen de terugkeer van het licht vierden. Op 22 december staat de zon namelijk op zijn laagste stand in de omgeving van het Zuiderkruis of Crux, een sterrenconstellatie. Hierop vindt als het ware het kruisigen, het ‘crucifixen’ van de Gods Zon plaats. Na drie dagen stilstand beweegt de zon weer noordwaarts en komt het licht terug met het lengen der dagen. Na het sterven van deze Godszon of -zonnen, dikwijls aan het kruis, stonden de meesten rond Pasen weer op ‘uit de dood’ tijdens de lente-equinox, het moment waarop de dag even lang is als de nacht en de cyclus van nieuw leven weer begint. Het is de ‘wederopstanding’ van het licht als fontein des levens gelijk Jezus zegt in Johannes 8: ‘die Mij volgt zal het licht des levens hebben’ of Psalm 36: ‘Want bij U (=God) is de fontein des levens, in Uw licht zien wij het licht.’ De zon als fontein des levens die water in wijn verandert als de zonneschijn op het beregende land de wijnrank tot ontkieming brengt.

De dag voorafgaand aan de geboorte van de Zon van God schijnt er, net als in het Bijbelverhaal, een heldere ster in het oosten, Sirius genaamd, die op 24 december in een rechte lijn staat met de sterrenconstellatie ‘De Drie Koningen.’ Deze rechte lijn wijst naar het punt waarop de zon opkomt op 25 december: de geboorte van de Zon van God. De twaalf discipelen waar Christus mee rondgaat zijn de twaalf constellaties van de zodiak waarbinnen de baan van de zon loopt. Het kruis is afkomstig van oude heidense afbeeldingen van het zodiakkruis waarop de zon is geprojecteerd. Dit kruis met de zonnecirkel direct achter Christus’ hoofd, vind je terug in Byzantijnse mozaïeken van Christus en als versiering op kerktorens (vgl. kruis Frauenkirche Dresden). Het is het symbool van de Zon van God, het Licht der Wereld, die opgerezen is ten hemel, weder zal komen op de wolken, en elke ochtend wordt wedergeboren met zijn doornenkroon of stralenkrans: de stralen waarmee de Zon van God op het water loopt, de Glorie van God, die de duisternis verdrijft.

De katholieke kerk is vergeven van heidense symboliek
De iconografie van de Katholieke kerk kent talloze verwijzingen naar de zon en het heidense zonnewiel. Denk bijvoorbeeld aan de vorm van vele monstransen of het enorme achtpuntige zonnewiel met zodiakkruis op het St. Pietersplein met de obelisk. De obelisk zelf is eveneens een zonne- en vruchtbaarheidssymbool uit Egypte. De katholieke kerk is zeer bekend met de betekenis ervan. Athanasius Kirchner, een jezuitische geleerde noemde het in 1650 een zonnevinger of digitus solis. Als phallusvorm heeft de obelisk tevens Mesopotamische connotaties, het is een verwijzing naar de God Baäl die overigens ook in Egypte werd vereerd. Net als de mijter van de paus die, gelijkend op een vissenkop, teruggaat op het hoofddeksel van Dagan – de Babylonische visgod genoemd in de Bijbelboeken Richteren 16:23, I Samuel 5:2-7 en l Kronieken 1:10 – en niet op het hoofddeksel van de joodse hogepriester die een soort tulband droeg. Uiteraard wordt dit door de gevestigde orde vurig ontkent maar de heidense symboliek is zó overweldigend aanwezig dat van toeval geen sprake kan zijn.

Het plagiëren van veel oudere Babylonische teksten
Tijdens de Babylonische Ballingschap van de Joden kwam het merendeel van de Joodse heilige geschriften tot stand die de basis vormen voor achtereenvolgens de Thora, Bijbel en Quran. Een deel stamt uit de Babylonische mythologie. Zo hebben het scheppings- en zondvloedverhaal alsmede het verhaal van ‘Mozes in het biezen mandje’ hoogstwaarschijnlijk een Mesopotamische oorsprong. Zondvloedverhalen als uit de Bijbel vinden we in de gehele wereld. Het zondvloedverhaal uit het Babylonische Gilgamesh epos is veel ouder dan het Bijbelse en lijkt grotendeels door de Bijbelschrijvers geplagieerd. De hevige regen en de wereldvloed, de ark ter behoud van dieren en Noachs/Utnapistims familie, de vogels die Noach vrijlaat om land te vinden en de landing op een bergtop; de meeste gegevens komen overeen. Hetzelfde zien we bij het Babylonische scheppingsverhaal, de Enuma Elish (waarvan hier de tekstlink) en het Bijbelse. De Annuna-goden die het Babylonische verhaal bij de schepping zijn betrokken gaan veel verder terug in de tijd dan de Bijbelse (ook in Genesis is sprake van meerdere goden. Zo is ‘Elohim’ in Genesis de meervoudsvorm van God; El=God).

In 1994 ontdekte de Duitse archeoloog professor Klaus Schmidt op de navelberg of ‘Göbleki Tepe’ te Kurdistan een tempel die teruggaat tot 11.000-13.000 voor Christus. Hij zou volgens professor Schmidt gesitueerd zijn in waar ooit het Bijbelse Eden lag (Daily Mail, update 5 maart 2009) en gewijd aan annuna-goden (en.wikipedia.org, 2009). Hoewel de media er destijds nauwelijks gerucht aan gaven, geldt het tempelcomplex als een van de belangrijkste documenten van de cultuurgeschiedenis der mensheid. Ook van de welhaast moedwillige destructie door het Amerikaanse leger van het antieke Babylon – met Göbleki gerekend tot de wieg van de beschaving – maakte de mainstream media nagenoeg geen melding (BBC News 15-01-2005).

Doorzie de leugen van religie en ontsnap uit je gedachtenkooi
Als we kijken naar hun oorsprong dan blijken eigenlijk alle geloofswaarheden van de gevestigde religies een leugen. Een leugen die machthebbers als Napoleon, Bush en de paus kennen en hen al millennialang een ongekende macht geeft om de samenleving te manipuleren. Een leugen die mensen verdeelt, onderwerpt en verhindert onafhankelijk te denken. Een verstikkend klimaat waarin moraliserende religie de boventoon voert stimuleert de vorming van taboes; politieke correctheid, onderwerpen waar je niet of alleen op een bepaalde manier over praat. Vrije meningsuiting komt in verdrukking.

Zo’n klimaat waarin het onderste niet uit de kan mag komen, de ons voorgespiegelde werkelijkheid niet bevraagd mag worden, maakt de maatschappij ontvankelijk voor nieuwe mythes. De gecontroleerde mainstream media spelen daarin de hoofdrol. 

Als mensen de leugens van religie zouden doorzien, zouden veel gekunstelde grenzen ophouden te bestaan en zou er meer ruimte komen voor waarheid en eenheid. 

 

Bronnen

1 Zie Naomi Klein: The Shock Doctrine & John Pilger’s film The War on Democracy (Google-vids) Klein beschrijft hoe het kapitalisme onder invloed van Friedman’s dogma’s met geweld is ingevoerd in met name derde wereld landen. 

2 Alexandra Robbins: Secrets of the Tomb (Brotherhood of Death/ Skull & Bones)

3 D.M. Murdock: Christ in Egypt: The Horus-Jesus Connection (2007)

Thom Harpur. De Heidense Christus. Deventer. Ankh-Hermes (2004)

Oxford Theologian Studies. Jesus Christ revealed  (1996)

Columbia University. The Myth of Christ (1990), New York

Timothy Freek & Peter Gandi. De Mysterieuze Jezus: Was Jezus een heidense God? Den Haag. Synthese (2004) 

 

Door Jim Beame

download PDF-versie

Overgenomen van:
http://www.anarchiel.com/display/macht_en_religie_de_sublieme_combinatie

Dit bericht is geplaatst in Jim Beame. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *