Morkhoven: het dagboek over de jeugdjaren van Marcel Deel 6

 

Morkhoven: het dagboek over de jeugdjaren van Marcel Deel 6

Marcel vervloesemBordmorkhovenMarcel Vervloesem opnieuw achter de tralies1

Klik hier voor het eerste Deel

Deel 31.

Het dossier van de serie brandstichtingen speelde mij heel wat parten en viel niet eenvoudig op te lossen, het vergde zeven weken zoekwerk eer we de daderes te pakken kregen. Mijn analyse in de brandsporen wees uit dat de ontdekte bolletjes op de muur van een uitgebrande ventilator een samenstelling was van door de hitte gekrompen verf. Bij opening van de gekrompen bolletjes ontdekte ik dat de binneenkant ervan plastiek was met daarin watten. Het betrof om een luier. Direct was de brandstichtster gevonden, het was de huisbewoonster zelf. Het was gedaan met vuurtjes te stoken tot grote tevredenheid van de Big Bos. Het feit dat enkel voorwerpen in brand werden gestoken die niet geld inbrengend waren terwijl de café en eetzalen die wel geld opbrachten dan weer niet branden had me op het goede spoor gezet.

De serie diefstallen betrof de herhaaldelijke verdwijning van peperdure horloges en dure sigaretten. Ik deed alles binnen mijn vermogen om de daders te kunnen klissen. Observaties zelfs vanaf de vroege uurtjes in het plafond kruipen boven de standen van het dure en zeer gegeerde spul hielp niet. Er bleven horloges verdwijnen. Tot, ik de oplossing vond. Heel vroeg in de ochtend dook ik op, en liet het personeel dat er in een schoonmaakploeg werkte, de industriële stofzuigers open maken. En jawel er kwamen horloges te voorschijn. Het systeem was simpel, de horloges opzuigen zo konden ze dan ook niet bij controle bij de dieven aangetroffen worden en wie lette er tenslotte op een stofzuigende werkneemster die de schappen reinigde. Dezelfde dag kliste ik ook de sigarettendief. Ik kon nu op zoek naar mijn nog enigste ontbrekende zus. Mijn baas betaalde en trakteerde op een biertje.

Mijn zoektocht bracht me tenslotte in de omgeving van Luik. De cirkel waarin mijn zus moest verblijven werd alsmaar kleiner. Tientallen mensen had ik bezocht, sociale werkers, kindertehuizen, ziekenhuizen, psychiatrische klinieken. Mensen uit de leefwereld van mijn moeder, het was een hele klus. Tenslotte kwam het doel in mijn vizier. Een dame herinnerde zich dat mijn te zoeken zus met mijn vader in de richting van Luik was getrokken en mijn vader daar bij een motto ongeval om het leven was gekomen. Gezien mijn zus dus door hem was meegenomen splitste mijn verdere zoektocht zich dan ook toe op verkeersongevallen met motto voertuigen in die streek en eventuele kranten artikels daar over. Ik trof na lang zoeken de verslaggeving over dat ongeval. Met mijn kaart van detective klopte ik aan bij verzekeringsmaatschappijen. Tenslotte vond ik wat ik zocht .Ongevallendossiers bevatten immers de gegevens van de slachtoffers en uiteraard hun adres gegevens.

Voor aleer op het gevonden adres af te stappen observeerde ik het betrokken huis en lichte ik tenslotte de Seppe in. Een uurtje later trof ik de gezochte zus aan in Visé nabij Luik. Ze bleek gehuwd te zijn met een buitenlander en was moeder van diverse kinderen. Mijn dagboek werd aangevuld. De tien kinderen waren gevonden . De totale hereniging kon opstarten. Maria kon ik uit de instelling halen en bij ons tijdelijk opvangen. Het instellingsleven had haar zwaar getekend en het was moeilijk om haar aan de vrije wereld te kunnen doen wennen, met vallen en opstaan lukte het ons tenslotte. Ze kreeg een thuis en kon haar kindje terug bij haar krijgen. Georgina de laatste gezochte zus kende een paar woordjes Vlaams. Ik leerde wat Frans en ook dat kwam goed voor het eerst zag ik op foto’s bij haar mijn vader en hoorde dat die plannen had gehad om ons uit het weeshuis te halen. Het ongeval had die plannen gedwarsboomd.

Het belangrijkste voor mij was dat we elkaar nu terug hadden gevonden. Ik ga haar de gegevens over haar andere broers en zussen. Ze was daar erg gelukkig mee. De Jeugdbescherming had ons wat aangedaan. De tijd zou nu wel de rest doen. Althans zo dacht ik toch.

Deel 32.

Nu mijn zoektocht rond was kon ik mij meer gaan toeleggen op mijn eigen gezinnetje en mijn werk. Op een avond stond er een oude vrouw voor onze deur. Ze had de kranten artikels gelezen en klopte aan voor hulp. Haar kleinzoon had met een geweer zijn vader gedood en zat sindsdien in een instelling. Geld had het vrouwtje niet. Ze schonk me wat groenten uit haar tuintje. Ik had wat met haar te doen. Ik beloofde te zullen zien wat er gedaan kon worden. Toen ik hoorde dat het de justitie van Turnhout was die de zaak onder haar hoede had, zag ik al direct een kans om nu op mijn beurt daar eens voor wat animo te gaan zorgen.

Onder de titel ‘Wie geeft moedertje Moonen haar zoon weer’ gaf ik het startschot. De actie ging verder langs allerlei kanalen en overheden en duurde drie weken, tenslotte mocht Danny een knaap van amper 16 jaar oud de instelling in Boechout verlaten en naar zijn grootmoeder gaan. Ze zijn mij de dag later komen bezoeken en bedanken. Opnieuw kreeg ik wat groenten en eerlijk geschreven hebben ze me gesmaakt al ware het maar enkel dat ik de onheil brengers uit Turnhout nu zelf eens geleerd wat rechtvaardigheid was. Van het vrouwtje kreeg ik te horen dat het gerecht haar gevraagd had, hoe ze uitgerekend bij mij was gaan aankloppen.

Er kwamen alsmaar meer mensen bij ons aankloppen en erg vreemd genoeg ook velen van uit het buitenland. Alois was het die mij wat bijstond en de administratie zowat op zich nam. We deden wat we konden, mirakels konden helaas niet. De mooie momenten waren wanneer de bonte bende bij elkaar was. Ik besefte dat wij allen zowat eenzelfde lijdensweg achter de rug hadden.

Om de toestand in het huisje toch iets te verbeteren liet ik houten platen leveren om de slaapkamertjes van de kinderen wat te beschutten tegen de koude en regen en sneeuw. Er kwam een toilet en een waterpomp. Stilletjes kwam er verandering. De kleine werd een kleuter en Alois was bijzonder fier dat hij Wendy naar de kleuterschool mocht brengen. Betty nam wat herstelwerkjes aan en ikzelf was geregeld aan de slag.

Ik loste een spionagezaakje op dat zich afspeelde op een kerkhof van waaruit gesprekken van een secretaresse uit een groot bedrijf afgetapt werden, waardoor de firma geheimen konden achterhaald worden. En vervolgens kliste ik de personen die in een groot Magazijn in Deurne, bij nacht telkens de benzine stalen uit de bedrijfswagens. Het was bij deze zaak dat Alois voor de eerste keer mij vergezelde en de microbe te pakken kreeg om ook te gaan studeren voor Technische Politie. Om de haverklap viel hij met zijn studievoer mij lastig. Hoe hij vingerafdrukken kon opsporen en ontleden, sporen kon vinden of een inbraak nu wel of niet plaats gevonden had en zo verder. Ik hielp hem dan ook graag met zijn leerstof en leerde hem de kunsten van fotografie, het ontwikkelen van fotobeelden, de werking van afluistertoestelletjes, kortom alles. Het werd een echte in het vak. Hij mocht bij mijn baas wat kleine dossiers ophelderen, dat deed hij dan ook met volle overgave.

We beleefden met ons samen erg mooie momenten en konden de nare ervaringen uit het verleden proberen te vergeten. We waren nu een hechte familie geworden.

Deel 33.

Niemand kon vermoeden welk onheil er aankwam. Alois had naar Betty gebeld dat hij de kleine zou komen ophalen om bij hem Sinterklaas te vieren. Door omstandigheden was besloten dat hij haar twee uur later zou komen ophalen die namiddag. Betty zat tegen de avond nog steeds op hem te wachten. Toen ik thuis kwam vroeg ze me om naar Alois te bellen en te vragen waarom hij niet kwam. Mijn telefoontje bleef onbeantwoord. Ik dacht dat hij door het een of ander belet was.

In de avond stopte er een politievoertuig van Antwerpen bij ons flatgebouw. De Agenten vroegen achter mij. Hun bericht kwam wat later bikkelhard aan. Er was een felle brand geweest in het flatje van Alois op de paardenmarkt in Antwerpen. Alois was bij die brand omgekomen. Het bericht zinderde mij na. De Agenten vroegen of ik naar het dodenhuisje kon komen om zijn lichaam te herkennen. Er was voor mij geen keuze. Later in die rampavond stond ik in dat dodenhuisje, het gedeeltelijk verkoold lichaam was inderdaad Alois.

Bij mijn thuis komst zag Betty voldoende en trok mij tegen haar aan, ze voelde aan welke klap dit voor me was. Met alle voorzichtigheid bracht ik die avond en nacht al de anderen van het gebeuren op de hoogte. De verslagenheid was groot.Twee dagen heb ik niet geslapen. De Seppe, Marleen en ik spraken onze gelden aan om onze overleden broer een mooie begrafenis te kunnen geven, het was het minste voor wat we nog voor hem konden doen. Aan de begrafenis ondernemer had ik verzocht om het lichaam niet te laten zien aan de anderen, teneinde hen de vreselijke blik te besparen. Alois werd dan ook begroet in een afgedekte kist.

Een gevoel van walging steeg bij mij op toen de moeder bij ons kwam aankloppen en vertelde dat ze het bijzonder erg vond van wat er met Alois was gebeurd. Betty was me voor, anders was de deur met een smak toegevlogen. Ik wilde dat mens niet meer zien.

Het was een trieste aangelegenheid op de uitvaart plechtigheid. We waren Alois die we nog niet lang voordien hadden leren kennen voor altijd kwijt. Ik ben op het uitgebrande flatje gaan kijken, er was niets meer over van alles wat Alois had bezeten. De zwart geblakerde muren en verbrande meubelen gaven een sinistere aanblik. Toen ik het gebouw verliet werd ik aangesproken door de buren van Alois, ze gaven mij wat geld en wilden dat ik bloemen op zijn graf zou leggen, dat heb ik dan ook gedaan. Pas toen besefte ik dat mijn dochtertje van een vuurdood bespaard was gebleven, had ze twee uurtjes vroeger bij Alois thuis geweest dan zou ook zij in die brand zijn geweest.

Deel 34.

Ik had het bijzonder moeilijk om de dood van Alois te verwerken. Hoe kon de Schepper mij zoiets aan doen. Betty en haar ouders probeerden mij het te doen vergeten. Maar hoe vergeet je de dood van een broer?. Het werd er voor mij niet gemakkelijker op en ik zat dan ook met de verzekeringen opgescheept. Het huilen was mij nabij. Gelukkig waren er velen die mijn stilte begrepen en het wat tijd gunden. Ik verzette dit alles zo veel mogelijk door mijn werk en de bezoekjes van mijn andere broers en zussen.
De tijd ging voorbij en maakte plaats voor andere zaken. Het gezinnetje, het werk en de andere verplichtingen slorpten mij op.

Op een Zaterdag was ik op bezoek bij mijn jongere broertjes en zusje in Noorderwijk. Een politievoertuig uit Herentals hield voor het huisje halt. Ik vroeg mij af of de kinderen wat hadden uitgespookt. De Agent vroeg of de moeder thuis was. Die was er niet, zij zat in de kroeg. Ik stelde mij voor als de tweede oudste zoon. Twee minuten later berichte hij mij dat Alfons in Turnhout bij een verkeersongeval overleden was en hij overgebracht werd naar het mortuarium in het St Elisabeth Ziekenhuis in Turnhout. Zelden heb ik mij toen zo slecht gevoeld het leek of mijn wereld instortte.

Terwijl de moeder vertier zocht in de drank stond ik die dag in het mortuarium in Turnhout. Het enigste wat er aan zijn stoffelijk overschot te zien was bestond uit een plaaster op zijn voorhoofd. Minuten lang heb ik op hem staan te zien. Ik gaf hem een kruisje met het wijwater en, legde mijn hand op zijn gevouwen handen. Enkele ogenblikken later stond ik op straat met in mijn handen een gele plastieken zak waarin zijn schaarse bezittingen zaten. Zijn kleding was nog nat van de spoeling die ze gekregen had in het Ziekenhuis. Verslagen zat ik op een muurtje te overwegen hoe dit alles nu verder moest.

Er restte mij niets anders dan de anderen opnieuw het slechte nieuws te brengen. Het leven kon wreed zijn. Er groeide bij mij een schuldbesef. Ik verweet mezelf dat ik de jongens niet had mogen opvangen, hen geen flatje had moeten bezorgen, het zou dan niet gebeurd zijn, het was mijn schuld. De Seppe was het die mij zegde dat ik mezelf niets te verwijten had en het lot nu eenmaal anders had beslist. Hij legde zijn hand op mijn schouder, ik voelde zijn verbondenheid met het verdriet.

Betty barste in tranen uit bij het horen van het slechte nieuws bij mijn thuis komst. Dit heb je niet verdiend zegde ze. Het bleek dat Alfons met een vriend uit was geweest en die vriend met de wagen een fotowinkel op de Merodelei was ingereden. Voor Alfons was alle hulp te laat gekomen. De bestuurder lag met zware verwondingen in het Ziekenhuis.

Opnieuw spraken wij onze centen aan en regelden de uitvaart die plaats greep in de hoofd Kerk in Turnhout. Er was veel volk en ook veel mensen van het gerecht en de politie. Hadden die dan toch een hart?. Mogelijk had de tragische gebeurtenis hun geweten wakker geschud. Mijn jongste broertjes stonden er verweesd bij.

De moeder snikte het uit van verdriet en klampte mij aan. Ik deed haar arm van mijn schouder. Mijn verdriet was te groot en het besef dat we nu ook Alfons kwijt waren stemde er mijn gemoed niet beter op. Mvr Thange was eveneens op de uitvaart aanwezig. De moeder klampte ook haar aan. Ik hoorde de werkster van de Jeugdbescherming zeggen. Mevrouw je tranen komen te laat. We waren er vet mee. Een collega haalde ons in Turnhout op. Dezelfde avond kreeg hij een telefoontje dat de moeder op het doodsprentje van Alfons stond te dansen op café. De melding maakte ook duidelijk dat ze straaldronken was.

Ik reed er met mijn collega naar toe, raapte het doodsprentje op en zegde haar, dat het uit zou zijn en ik de kinderen zou geven waar ze al zolang recht op hadden. Ik begreep op dat moment hoe ver het kon komen dat iemand zulke moeder vermoord. Mijn collega zag mijn woede en pakte mij bij mijn schouder. Kom Marcel laat ze, kom. Met tranen in mijn ogen en het vertrappelde doodsprentje ben ik weggegaan. Ik zwoor dat haar spel uit zou zijn.

Deel 35.

Nu ook Alfons begraven was bleef er diep in mij een leegte. Het was niet eenvoudig om het leven weer op te pakken. Seppe bleef mij maar zeggen dat het niet mijn schuld was, maar ik bleef dit toch zo voelen. Ik had nu de moeder vanuit haar smerigste kant leren kennen en kon het beeld van haar dans op het doodsprentje van Alfons maar moeilijk verteren. De vraag die mij bezig hield was, hoever het nog zou komen. Gelukkig had ik veel om handen en mijn gezinnetje nog zodat ik mijn zinnen wat kon verzetten. Prettig was mijn ervaring niet met om steeds opnieuw met het noodlot te worden geconfronteerd.

Betty bleef zich goed als onthaalmoeder ontfermen over de drie kinderen en deed haar uiterste best om ze gelukkig te maken. Ik merkte dat ook zij leden onder het verlies van hun broers. Toen we nog eens te samen waren beloofde ik, dat het voor hen in de toekomst beter zou worden. Meer kon ik niet doen. Een noodlot kon een mens nooit ontlopen, dat was voor mij intussen duidelijk geworden en zou mij al vlug nog duidelijker worden.

Nooit had ik durven denken dat kort na de dood van mijn twee broers ook Betty zou overlijden. De dag dat ze stierf stortte voor mij de wereld volledig in. Ik bleef achter met ons dochtertje Wendy. Ons huwelijk had vier jaar geduurd. En nu, nu was er nog enkel een diepe leegte.

Ik had voor niets nog zin er was nog maar bitter weinig om nog voor op te staan en verder te leven. Ondanks de vele steun, was ik echt ontroostbaar. Ik was erg gelukkig geweest met Betty, zij was het die mij zoveel troost had gegeven, zoveel goeds voor mij en de anderen deed. Nu was ook zij er niet meer.

Verdriet overmande mij en ik sloot mij van alles en iedereen af. Mijn werkgever maakte zich zorgen toen ik niet meer opdaagde en de telefoon niet meer opnam. Vergeefs bleven ze aan de deur komen en gaf ik niet thuis. Seppe was er zelf de put van in. Hij wilde mij rust geven. Zes dagen bleef ik zonder eten, gewoon voor mij uitstaren. Tenslotte werd mijn flatdeur geforceerd en troffen zij me zieltogend aan en belden de hulpdiensten. In het Ziekenhuis liet ik alles aan mij voorbijgaan. Het vele bezoek kon mij niet gelukkiger maken. Na mijn ontslag uit het Ziekenhuis wist niemand meer waar ik was.

Een oude makker van mij had me opgehaald met zijn vrouwtje en me logement gegeven bij hem thuis in La Roche. Ze waren uiterst goed voor me. Het enigste wat de Seppe hoorde was een kort telefoontje, dat hij zich geen zorgen over me hoefde te maken. Het duurde drie volle maanden eer ik terug begon te leven en in de Kerk in La Roche een kaarsje ging branden voor hen die mij ontnomen waren. Tenslotte herinnerde ik mijn belofte dat ik voor mijn jongere broertjes en zusje het leven beter zou maken. Ik verliet La Roche en keerde terug naar mijn flatje, belde de Seppe en mijn werkgever en zegde dat ik terug was.

Deel 36.

Seppe en Marleen zochten mij op. Ik zegde hen dat ik een punt zou zetten aan de schrijnende toestanden in het huisje. Ze waren het volledig met mij eens dat dit diende gedaan te worden. Ik opende bikkelhard de aanval op de gewezen Burgemeester van Noorderwijk. Tenslotte had zijn instantie gefaald en niets ondernomen om de onmenselijke toestand aan te pakken. In de kranten, verscheen het verhaal onder de titel “Het kleine huisje in de Kempen”. De bevolking kreeg het schandaal onder de ogen geduwd. Ik kreeg telefoon van de Gemeente of we het niet beter zouden uitpraten. Daar kon geen sprake meer van zijn.

Onder de zware druk werd er tenslotte nu plots een huis voorzien voor mijn twee jongste broers en hun Grootmoeder. Het jongste zusje kon bij familie terecht. De moeder was woest en dreigde. Het kon mij geen moer schelen. Integendeel ik stopte het vertrappelde doodsprentje van weleer in haar handen en dreef de zaak door. Ik liet het bouwvallig huisje onbewoonbaar verklaren en zorgde er voor dat Wies, die in feite ook Alois noemde uit zijn lijdensweg werd bevrijd en tenslotte nog mooie jaren kon beleven in het rusthuis. Voor Jef was mijn ingreep te laat. Hij was inmiddels gestorven. Nu ik wist dat iedereen goed terecht was, besloot ik om het los te laten. We gingen voortaan ieder onze eigen weg. Ik was nu voorgoed een activist.

De strijd was gestreden.

Mijn jeugd was voorbij.

Einde.

Deel 37. – slot nawoord.

Bij het reorganiseren van het archief bij de Werkgroep Morkhoven trof ik een doos aan waarin zeven dagboeken ondergebracht waren, waaronder dit wat ik nu bracht over de jeugd van Marcel. Benieuwd las ik het en was er zo van aangedaan, dat ik besliste om het zijn waarde te geven. Tientallen Journalisten hebben vaak in hun artikels getracht om de beweegredenen van Marcel om activist te worden te achterhalen. Het bleef voor hen geheim. Het was dan ook erg dapper van Marcel om op mijn vraag de inhoud ervan via mij vrij te geven.

Marcel is inderdaad een grote activist geworden. In talrijke landen werden er reportages gegeven over zijn werk en strijd. Honderden artikels verspreid over de wereld tonen aan hoe belangrijk zijn strijd is geworden. Het zal dan ook niemand verbazen dat hij velen harten veroverde. Tot twee keer toe kreeg hij een Internationale onderscheiding voor zijn moed en de strijd voor de mensenrechten.

Zijn opgedrongen spreek verbod door Justitie kon zijn stem niet smoren. Zelfs tot de dag van vandaag niet. Jarenlang werd hij op de meest afschuwelijke wijze door het slijk gesleurd en slecht behandeld door de Justitie. Ondanks dat alles werd hij voor zovelen de reddende hand.

Zijn dagboek sloot hij eertijds af met de volgende zinnen.

Ik heb oneindig veel gekregen van mensen in mijn jeugd. Ik zal er hen dankbaar voor blijven. Ik besef dat mijn verder leven niet gemakkelijk zal worden, maar mijn plicht is verder te strijden voor hen die mij nodig hebben, wat er ook moge gebeuren.

Het dagboek was 250 bladzijden dik.
Momenteel berusten er bij de Werkgroep nog liefst 6 andere dag boeken over zijn opsluitingen en verder leven. Hopelijk krijgen ook deze een verdiende aandacht.
Maarten .

Dit bericht is geplaatst in Het Einde van ons Beschikkingsrecht. Bookmark de permalink.

8 reacties op Morkhoven: het dagboek over de jeugdjaren van Marcel Deel 6

  1. Robby schreef:

    Slechts een vraagje, heeft er in godsnaam ooit iemend de minimale moeite genomen om dit varhaal alla Tom Saywer en Remi ooit te controleren ?
    Of is dit ook weer bla bla bla zonder harde bewijzen ?

  2. ingrid schreef:

    Deze geschiedenis heeft enorm veel indruk op me gemaakt en ik begrijp nu waar Marcel zijn drive vandaan komt. Diep respect voor deze man en dank je wel René voor de welverdiende aandacht die je Marcel en de Morkhoven Groep geeft.

  3. Diewer schreef:

    Maarten, hartelijk dank voor deze inkijk in de jeugd van Marcel. René, bedankt voor het plaatsen op je website.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *