De wereld in gijzeling. Deel III: De corpocratie, glorieuze vinding van de Gouden Eeuw

Dit artikel werd eerder al op 07-04-10 gepubliceerd op Anarchiel.com en wordt hier met toestemming van Jim Beam nogmaals onder de aandacht gebracht. 

Klik hier voor de andere stukken van Jim Beame

Klik hier voor deel 1

De wereld in gijzeling. Deel III: De corpocratie, glorieuze vinding van de Gouden Eeuw

“Mon Dieu, aie pitié de mon âme, et de ce pauvre peuple!”
(Willem van Oranje)*

De wereld is in gijzeling. Sinds de kredietcrisis breiden de banken hun macht in sneltreinvaart uit door niet langer enkel de derdewereldlanden maar álle naties aan een wurgend schuldinfuus te koppelen. De fenomenale renteschulden verhalen overheden via belastingen op de burgers. Het doel is gecentraliseerde totaalcontrole. Het banksysteem is daarbij het fundament in de manipulatie naar een wereldregering met een wereldleger, wereldbank en wereldmunt. Nederland heeft steeds een sleutelpositie i gehad bij de totstandkoming van de huidige deplorabele staat van de mensheid. Inmiddels is de situatie van Willem van Oranjes ‘pauvre peuple’ door de almaar opgestuwde staatsschulden daadwerkelijk pover. Mede dankzij zijn toedoen zitten we nu opgescheept met een parasitair systeem dat de wereld in een wurggreep houdt. Na de Tempeliers en Bank van Venetië: in deel III de volgende etappe op de weg van vrijheid naar wereldfascisme.

De verhuizing van de elite en het financiële wereldcentrum naar de Nederlanden
Verzwakt door pestepidemieën en de oorlog met het Ottomaanse rijk, waaraan Venetië uiteindelijk ten prooi valt, ontvluchten zij die het zich kunnen veroorloven in de veertiende en vijftiende eeuw de stad. Veel Noord-Italiaanse bankiers, handelaren en ambachtslieden vestigen zich in de Zuidelijke Nederlanden als in het thuisland de renaissance over haar hoogtepunt heen is. Vlaanderen komt door deze toevloed van talent en geld tot grote bloei. De renaissance in de Nederlanden begint. De enorme economische bloei is duidelijk te zien aan de rijkdom die het geëmigreerde bankiersechtpaar Arnolfini omringt in het wereldberoemde dubbelportret minutieus geschilderd te Brugge door Jan van Eyk. Arnolfini, geboren in een rijke handels- en bankiersfamilie uit Lucca, is een agent van de Medici familie, leverancier van pausen, prinsen en bankiers en behorend tot de zwarte adel. ii Brugge is vanaf de dertiende tot en met de vijftiende eeuw een internationaal handelscentrum en groeit na Venetië uit tot het financiële centrum van Europa met vele bankiers en kooplieden uit Venetië en Genua. Ook de Medici familie heeft er een belangrijk filiaal.

Na de val van Antwerpen in 1585 trekken de handelaren, bankiers en ambachtslieden naar de Noordelijke Nederlanden en geven daar de aanzet tot de Gouden Eeuw. Deze Italiaanse invloed is goed te zien aan de ontwikkeling van het “Faience de Delft” – genoemd naar de Noord Italiaanse stad Faenza waar dit aardewerk oorspronkelijk vandaan komt – beter bekend als het ‘oer Hollandse’ Delfts Blauw dat aan het begin van de zeventiende eeuw in kleurstelling en exotische patronen nog geheel mediterrane kenmerken vertoont. De Venetiaanse invloed vinden we onder meer terug in het zeventiende eeuwse glaswerk dat helemaal in Venetiaanse trant is vervaardigd: “a la façon de Venise” en kristalhelder is in tegenstelling tot het groenige glas waar tot dan toe roemers en berkemeiers van worden geblazen.

Als de Antwerpse haven in 1585 is afgesloten vertrekken ook de Sefardische bankiers en kooplieden naar Amsterdam en geven, spoedig behorend tot de locale maatschappelijke top, mede de aanzet tot de Gouden Eeuw.iii Zij zijn oorspronkelijk gevlucht uit Spanje en Portugal nadat zij hun geloof niet meer mogen praktiseren en welkom vanwege hun geld en internationale handelscontacten met onder meer het Spaans-Portugese Zuid Amerika. Uiteindelijk worden het er ongeveer 4500. iv Diverse onderzoekers onderstrepen het grote economische belang van de Sefarden in de ‘gouden’ zeventiende eeuw. v De corrupte rechtsgeleerde Hugo de Groot steekt zijn afkeer niet onder stoelen of banken maar laat hen toe op grond van “de grootte profijten”. vi Van tolerantie ongerelateerd aan geldelijk gewin is nooit enige sprake geweest in calvinistisch Nederland. De vurige oranjegezindheid van de Sefarden verzekert hen echter van de bescherming van de Stadhouder die hun economische inbreng goed kan gebruiken. Op de site van het Centrum Informatie Documentatie Israël (CIDI) lezen we onder het kopje ‘Joodse gemeenschap’ over de Sefarden: “Zij financierden reizen van de Oost-Indische Compagnie en waren in enkele gevallen de huisbankiers van de Oranjes.” vii Zo verleent bankier baron Francisco Lopes Suasso, Willem III van Oranje in 1682 een lening van 2.000.000 gulden – destijds een astronomisch bedrag – voor zijn overtocht naar Engeland. viii Vertegenwoordigers uit deze groep behoren, zoals gezegd, weldra tot de elite van de toenmalige wereldmacht. Een der bekendste telgen is de filosoof Baruch de Spinoza. De Sefarden leggen de relatie tussen Zuid- en Midden Amerika en Nederland en spelen een hoofdrol bij de oprichting en in het bestuur van de Oost- en West Indische Compagnie, welke laatste meer dan 600.000 slaven heeft verhandeld. ix Te Willemstad, hoofdstad van de slavenoverslag Curaçao, bouwen zij in 1674 de eerste synagoge van de Nieuwe Wereld en behoren er tot de welvarende elite van het eiland. x

Verdreven door de gruwelen van de dertig jarige oorlog (1618-1648) nemen vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw de Oost-Europese Ashkenazi’s geleidelijk hun plaats in. (Deze groep stamt, zoals we hebben gezien, oorspronkelijk uit het immense Khazarenrijk alwaar rond 740 het jodendom als staatsgodsdienst is geadopteerd). Hun aantallen zijn zo groot dat Amsterdam de toevloed niet aan kan. xi Velen vestigen zich in steden over geheel Nederland. De Ashkenazi’s, nemen de bank- en handelsposities, met name in de diamanthandel over. Net als de Sefarden worden zij tot 1796 geweerd uit de gilden en zijn zij aangewezen op de vrije beroepen. De immigratie van Ashkenazi’s continueert. Aanvankelijk tellen de Sefarden en veel omvangrijkere groep Ashkenazi’s 40.000 zielen. De laatste groep groeit sterk. Alleen al in de de negentiende eeuw komen er honderdduizend Ashkenazi’s bij. xii

Willem I van Oranje-Nassau maakt weg vrij voor de eerste wereldbank en corporatie
De elite van handelslieden en bankiers wil zich onttrekken aan de Spaanse bemoeienis met het bestuur en de belastingen die zij moeten afdragen aan Filips II. Nederland valt op dat moment onder het Spaanse wereldrijk. Fillips II belemmert hun behoefte aan ultieme vrijhandel en macht. En weer is religie het excuus voor oorlog ter uitbreiding van macht en bezit: onder de dekmantel van godsdienstvrijheid voor calvinisten – die slechts een tiende deel van de bevolking uitmaken xiii en veelal tot de midden- en hogere klassen behoren – wordt Willem van Nassau, een Franssprekende, Duitse edelman van stal gehaald om hen van het Spaanse juk te ontdoen.

Journalist en schrijver Anton Constandse laat in zijn “Oranje zonder mythe” (1980) een heel andere Willem zien dan de mythische vader des vaderlands, boegbeeld van het protestantisme en landsheld uit de geschiedenisboekjes. Willem blijkt een opportunist uit op persoonlijk gewin en religieuze charlatan. Zijn beschermheer Filips II aan wiens Brusselse hof hij opgroeit spiegelt hij in 1561 voor dat hij “de trouwste zoon was der katholieke kerk en dat de koning er verzekerd van kon zijn dat hij [Oranje] in deze katholieke godsdienst zou leven en zou sterven”. In hetzelfde jaar tijdens zijn huwelijk met de schatrijke Anna van Saksen zegt hij aan haar lutherse ouders dat hij in hart en nieren altijd luthers was gebleven en neemt hij deel aan het avondmaal. In 1580 beweert Willem dat “de protestantse lering in zijn hart van jongs af op zulk een wijze was ingegraveerd en zo diep ingeworteld is geweest … dat ze te rechter tijd was begonnen haar vruchten voort te brengen”. Maar over de vrijdenkers in zijn Zuid-Franse prinsdom zegt hij tegen Paus Pius V: “Ik wenste wel dat ik die pest der ketterij, die door de nabuurschap van Frankrijk in mijn prinsdom Oranje is doorgedrongen, kon wegnemen of vernietigen”. xiv Als op 5 april Marnix van St Aldegonde en met hem 300 edelen de onderdrukker een smeekbede aanbieden om godsdienstvrijheid te bepleiten distantieert Willem de Zwijger zich en met hem de hoge adel met wie samen hij louter economische en machtsdoeleinden nastreeft. xv

Deze ambitieuze zetbaas en beschermeling van Fillips II, hoopt ooit zelf landvoogd te zijn van de Nederlanden en ontvangt in ruil voor zijn diensten aan de elite, macht, privileges en rijkdom welke hij nog vergroot door vier maal te huwen met schatrijke vrouwen, hetgeen zijn grond- en geldbezit aanzienlijk doet toenemen. Van zijn oom René van Châlon, erft hij ook nog het Zuid-Franse mini-prinsdom Orange met de bijbehorende roemruchte historie, waardoor hij zich voortaan als prins mag laten aanspreken. Historicus en hoogleraar prof. K. W. Swart toont op basis van zijn onderzoek in “Willem van Oranje en de Nederlandse opstand 1572-1584” een man met een “niets ontziende mentaliteit” en “eerzucht om de glorie van zijn huis te dienen.

Willem was uit op macht en geld en niet op verzoening. Swart “vindt dat de Prins meer recht had moeten doen aan de verzoenende geest die Philips in 1577 toonde”. xvi Maar op verzoening is Willem in het geheel niet uit. Om het volk voor zijn plannen overstag te krijgen bedient hij zich van de aloude angstpropaganda:

Willem maakte in zijn Apologie al gebruik van de wreedheid die de Spanjaarden in de Amerikaanse kolonies aan de dag hadden gelegd […]. Samen met de meer sinistere kanten van de Inquisitie vormde ze een bruikbaar propagandistisch instrument om de hele Spaanse natie, of althans haar bewind, als verdorven af te schilderen”, schrijft de NRC in een boekrecensie op 18 juli 2003. xvii Willem is een “grootmeester in schijnbewegingen, bedrog, zeuren, chantage en dwingelandij” voegt de Volkskrant daar nog aan toe bij de bespreking van Swarts onderzoek. xviii

Dat het Willem allesbehalve om zijn ‘pauvre peuple’ te doen is geweest, blijkt niet alleen uit het gegeven dat hij tot op zijn sterfbed hun taal niet spreekt, maar vooral uit het feit dat deze “vader des vaderlands” tijdens zijn veroveringsoorlogen genocide pleegt op 70% van zijn ‘kinderen’ in de Meijerij, een streek met katholieke boeren tussen Oss en ‘s Hertogenbosch, lezen wij in het proefschrift ‘Staatsvormend geweld’ (2007) van onderzoeker Dr. Leo Adriaenssen. Willems genocide van de Brabantse boerenbevolking zou slechts een deel beslaan van de nog niet onthulde oorlogsgeschiedenis opgetekend in laat middeleeuwse/ vroege renaissance manuscripten over Willem I van Oranje-Nassau. Adriaanse ziet Willem allesbehalve als bevrijder maar als oorlogsmisdadiger tegen de eigen bevolking. xix Eerder stelt professor Pieter Geyl al dat in plaats van de prins, de rivieren, meren en binnenzeeën de voornaamste beschermers zijn geweest van de Noordelijke Nederlanden. xx Ook Willems zoons Maurits en Frederik Hendrik zijn als bevelhebbers verantwoordelijk voor de massamoorden onder de plattelandsbevolking. xxi Philips II daarentegen had, aldus historicus Swart, “in vergelijkbare situaties heel wat meer compassie met de boeren”. xxii

De volkerenmoord van Willem I van Oranje en zijn zoons onder de eenvoudige plattelandsbevolking wordt bevolen en goedgekeurd door de overheid waarvan, net als nu, de Hollandse elite van kooplieden en bankiers de politiek bepalen met als doel vermeerdering van winst en macht. In een bespreking van Adriaansen’s proefschrift zegt de Groene Amsterdammer het zo:

Het was deze vroeg-moderne staat die het geweld tegen de bevolking ‘constitueerde en sanctioneerde [=goedkeurde]’, aldus Adriaenssen. In het geval van de Republiek gebeurde dat in het belang van zijn voornaamste cliënten, de Hollandse kooplieden. Die waren belust op winstgevende koloniale ondernemingen en niet geïnteresseerd in het lot van hun achterland zolang de bevolking daar zich aan haar regime onderwierp. Waar ze dat niet deed, werd ze met grof geweld alsnog onderworpen. Wat het laatste aangaat logen de verordeningen van de Staten van Holland er niet om.”  xxiii

De oprichting van de eerste centrale bank van de wereld, de eerste multinational, de eerste effectenbeurs, de eerste aandelen en… de eerste beurskrach in de wereldgeschiedenis
Door Willems opportunistische verraad van, en oorlog tegen zijn weldoener heeft de elite voortaan vrij spel. In 1602 kan daardoor de eerste multinationale corporatie ter wereld ontstaan: de Vereenigde Oost Indische Compagnie (VOC). In 1609 volgt de oprichting van een instituut dat daar onlosmakelijk mee samenhangt: de eerste centrale bank en wereldbank die we kennen, de Amsterdamse Wisselbank, zoals professor M. van Nieuwkerk en anderen beschrijven in: “De Wisselbank: van stadsbank tot bank van de wereld.” Deze, aldus Nieuwkerk, “moeder der centrale banken”, is geheel op Italiaanse leest geschoeid naar het voorbeeld van de Venetiaanse Banco di Rialto uit 1587. xxiv De Wisselbank is onderdeel van het stadhuis wat laat zien hoe nauw bank en overheid reeds dán al zijn verweven. xxv Corporatie, bank en overheid zijn sinds de zeventiende eeuw een onlosmakelijke drie-eenheid in Nederland. Mussolini noemt deze samensmelting de kern van het corporatisme en het basisingrediënt voor een fascistische machtsstructuur xxvi.

In 1606 volgt de uitgifte van de eerste verhandelbare aandelen ooit en in 1611, tenslotte, de eerste beknopte effectenbeurs ter wereld. xxvii De aandelen VOC zijn echter voor de kleine investeerder weldra onbereikbaar zodat deze eerste multinational in handen van slechts enkele elitaire families komt. xxviii De uit Antwerpen gevluchte, volgens sommige bronnen, joodse koopman Isaak le Maire is behalve medeoprichter, de belangrijkste aandeelhouder van de VOC. xxix Isaak is in 1609 ook de uitvinder van het “naakt short gaan, een marktmisbruik waarbij men speculeert op koersdalingen vlak voor de presentatie van de cijfers, met aandelen die men niet in bezit heeft: een kunstje waar de huidige hedgefondsen tegenwoordig zo berucht om zijn. xxx

Weer is het eigenbelang van Willem van Oranje en dat van de elite gelijk. Voordat Nederlandse zeerovers zich verenigen in de Vereenigde Oostindische Compagnie, vaart Willem van Oranje al wel bij hun roof en plundertochten. Maritiem expert Arne Zuidhoek die na veertig jaren onderzoek de Piraten Encyclopedie uitgeeft, noemt Willem in zijn voorwoord “een uitbater van roofschepen” en heeft hem daarom in zijn encyclopedie opgenomen, schrijft de VPRO op 21 november 2008 onder de titel “Willem van Oranje van Oranje was een piraat”. xxxi

De in 1611 opgerichte beurs waar VOC- en later WIC-aandelen worden verhandeld, is beknopt in die zin dat de behuizing zo klein is “dat de handel zich daardoor grotendeels onttrok aan controle door, bijvoorbeeld, het stadsbestuur. Complotteurs en beursspeculanten kwamen samen in koffiehuizen in de buurt van de beurs of in de joodse wijk, taxeerden de berichten van overzee, stelden prijzen vast en kochten en verkochten de aandelen die een groot (en steeds groter) deel van de welvaart van de samenleving uitmaakten.”  xxxii “Uit verslagen blijkt dat deze activiteit aan het einde van de zeventiende eeuw sterk werd gedomineerd door (voor 1700 bijna altijd Sefardische) joden”, schrijft Paul Hendriks in “Antisemitisme in Nederland”. xxxiii

In februari 1637 op het hoogtepunt van de tulpenmanie – van dit Turkse bolgewas zijn de prijzen kunstmatig tot ongekende hoogten opgedreven – ontstaat de eerste beurskrach uit de wereldgeschiedenis. xxxiv Later zullen er vele volgen. Na de beurskrach van 1688 dalen de aandelen VOC en WIC spectaculair in waarde. In 1720 gebeurt dit opnieuw. De aandelen van de beide compagnieën zijn in de jaren ervoor tot astronomische hoogten gestegen, grotendeels opgestuwd door windhandel. Dit geeft in beide jaren aanleiding tot rellen en aanslagen op de joodse beurshandelaren, aldus Hendriks op pagina 32. xxxv

De legitimering van ultieme vrijhandel voor corporaties
Tegelijk met de oprichting van de eerste wereldbank in 1609, voorziet Hugo de Groot (Hugo Grotius) de VOC met zijn ‘Mare Liberum’ in een door de overheid goedgekeurde vrijbrief tot plundering en onderwerping van uitheemse volken. Hij legt daarmee de basis voor het huidige internationaal ‘recht’ dat vandaag de dag volledig ten gunste is van de multinationals. De aanleiding is de gewelddadige roof van de miljoenenlading van de Portugese kraak ‘Santa Catarina’ in 1603 die het vermogen van de VOC in één klap verdubbelt. Historicus Dr. Henk Nellen zegt hierover: “Dit bedrag stond volgens recente schattingen ongeveer gelijk aan de totale jaarinkomsten van het Engelse Koninkrijk” waarvan Maurits van Oranje, net als zijn vader, “als ondertekenaar van kapersbrieven gewoontegetrouw een flink percentage opstreek.”

De elitaire aandeelhouders van de VOC wensen de buit te behouden, starten een propagandacampagne om de verontwaardiging van het publiek om te buigen en vragen Hugo Grotius de legitimatie te schrijven. xxxvi Grotius zwicht, wettigt de agressieve handelspolitiek van de elite in Nederland en stelt de kaping in prachtige Latijnse volzinnen voor als “juist, eerbaar en voordelig.” Met zijn schrijfsel is de eerste corporatie juridisch en financieel gedekt en vormen overheid (Staten Generaal), bank en corporatie voortaan een onlosmakelijke eenheid en bron van gewin voor de happy few.

Na dit corrupt verdedigen van de belangen van enkelen wordt Grotius ondermeer aangesteld als VOC gezant in Engeland. Als De Groot in 1604 op het verzoek van de VOC-lobby is ingegaan, benoemen de Staten Generaal hem in 1605 bovendien tot officiële geschiedschrijver. Henk Nellen noemt Grotius een man van propaganda en schetst een individu achter het Mare Liberum dat de angst van het volk bespeelt: “Indien de compagnie als oorlogsinstrument werd opgeheven, zou in Nederland bij een onverhoedse tegenaanval van de onbetrouwbare Spanjaard de ondergang van de Nederlandse Staat onafwendbaar zijn.” De argumenten lijken op de angstpropaganda van de huidige EU-regeringsleiders: “Deze [VOC] bron van torenhoge winsten […] mocht niet opgeheven worden want anders zou de welvaart meteen inzakken, alsof er een kredietcrisis uitgebroken was.” De Groot leverde verder “tal van nota’s, hand en spandiensten voor de Compagnie […] als de belangen van de oosterse handel in gevaar dreigden te komen.”

Eerder maakte De Groot zich al onsterfelijk door zijn legitimering van de machtspositie der Staten Generaal (=de schatrijke bestuurselite) met zijn “Oudheyt vande Batavisch nu Hollandsche Republique”, waarnaar men dan ook gretig verwijst als het zo uitkomt. Sinds de publicatie van het Mare Liberum ziet de officiële geschiedschrijving Grotius als de grootste geleerde van de Nederlandse zeventiende eeuw.

Ook al in die tijd zien sommigen het enorme onrecht en de uitbating van volken ten gunste van zijn eigen achterban, de elite, die De Groots vrijbrief heeft voortgebracht. De schatrijke top beschouwt geïnformeerdheid, mondigheid en kritiek als bedreiging. De Engelse jurist John Seldon, schrijft in 1618 als kritiek op dit alleenrecht van de VOC/Corporatie-Nederland BV zijn ‘Mare Clausum,’ dat wegens een publicatieverbod pas in 1635 mag worden gepubliceerd. Zijn verzet tegen de gevestigde orde en strijd voor inspraak van de burger levert hem diverse gevangenisstraffen op.

Tot op de dag van vandaag heeft De Groots ‘Mare Liberum’ invloed op het principe van ultieme vrijhandel door corporaties. De ‘Gouden Eeuw’ voor een zeer kleine elite, zoals bejubelt in onze geschiedenisboeken door historici in dienst van dezelfde elite, wordt daarmee een feit, getuige de deftige koopmanshuizen te Amsterdam en de bijbehorende buitens in de Vechtstreek. Deze rijkdom is voornamelijk gebaseerd op de handel in slaven en harddrugs; opium of amphioen, waarvoor later in 1745 vanwege de enorme winsten, naast de ‘officiële’ opiumhandel, zelfs een speciale aandeelhoudersverening voor wordt opgericht: de Amfioen-Sociëteyt. xxxvii Een goed voorbeeld is de rijkdom tentoongespreid in het Amsterdamse Museum Van Loon, Keizersgracht 672; een majesteitelijk grachtenpand compleet met formele baroktuin, gebouwd van geld uit de slavenhandel. Daarin hangt een portret van een andere slavenhandelaar en bankier: Johanna Borski aan wie familie Van Loon door huwelijken is verbonden. Wellicht een van de belangrijkste slavenhandelaren in de zeventiende eeuw, de uit Antwerpen gevluchte koopman en bewindvoerder van de West Indische Compagnie, Paulus Godin, resideert geriefelijk in zijn stadspaleis te Herengracht 502, thans de ambtswoning van de burgemeester van Amsterdam. xxxviii

Het gewone volk is daarentegen arm tot straatarm als wij de schilderijen van Pieter Breughel, Jan Steen en Adriaan van Ostade aanschouwen. Zij hebben part nog deel aan de gouden eeuw. Tot aan de dertiger jaren van de twintigste eeuw heeft de erfenis van de VOC-hardrugshandel zijn invloed. Nederland is tot de Tweede Wereldoorlog de grootste cocaïneproducent ter wereld en het laatste westerse land dat de slavernij afschaft (1863). xxxix

De glorieuze erfenis van de Gouden Eeuw
Met de eerste centrale “bank van de wereld”, de eerste multinationale corporatie, de eerste aandelen, de eerste effectenbeurs, de eerste beursmanipulaties en beurskrach en de legitimering van ultieme corporate vrijhandel, is in Nederland het fundament gelegd voor de verdere uitbouw naar de huidige bancaire en corporate wereldmacht: de mondiale corpocratie waar banken en multinationals de dienst uitmaken en politici slechts de buikspreekpoppen zijn van hun elitaire eigenaars. De spil van de almacht is het banksysteem waar winst en macht centraal staan ten koste van miljoenen mensenlevens.

Aan het eind van de zeventiende eeuw verhuist de elite opnieuw, dit keer inclusief Oranje. De eindbestemming is een land aan de overzijde van de zee, alwaar het nieuwe zwaartepunt van geld en macht komt te liggen.
*Volgens de door de elite officieel goedgekeurde geschiedschrijving, zijn laatste vrome Franse woorden vertaald als: “Heere Godt weest mijn siele ghenadich, ick ben seer gequetst, Heere Godt weest mijn siele, ende dit arme volck ghenadich.”

Voor deel II klik hier.

Voor deel IV klik hier

 

 

Noten
i Zie ook: anarchiel.com “Nederland leverde Europa sleutel tot controlestaat.”
ii Fred S. Kleiner, “Gardner’s Art Through the Ages”, (pp. 576-578).
iii H. Schijf, Department of Sociology/Anthropology of the Universiteit van Amsterdam “International Jewish Bankers between 1850 and 1914.” Paper prepared for Session X: Diaspora entrepreneurial networks, Economic History Congress XIII, Buenos Aires, 22-26 July 2002; p. 4. Andere kooplieden vertrokken naar Frankfurt dat later eveneens uitgroeide tot een financieel centrum; Forstmann, W., “Frankfurt am Main: A City of Finance. Banking systems in Frankfurt in the 18th and 19th centuries,” p. 182 in: “Herman Diederiks & David Reeder (eds.), Cities of Finance, Amsterdam: 1996.
iv Cortissos, R.S. “De geschiedenis van de Portugese joden in Nederland.” Vereniging Nederlandse Genealogie. 4 augustus 1995, nr. 3, Amersfoort e.o.
v Israël, J., “The economic contribution of Dutch sephardic Jewry to Hollands’ Golden Age, 1595-1713”, in: TvG, 96 (Groningen 1983).
vi Hugo de Groot “Remonstrantie nopende de ordre dije in de landen van Hollandt en Westfrieslandt dijent gestelt op de Joden“. Naar het manuscript in de Livraria Montezinos uitgegeven en ingeleid door J. Meier in 1949; geciteerd in: Gans, M. H., De Joden in Nederland, (Rede, Leiden, 1976).
vii Centrum Informatie en Documentatie Israel: “Joodse gemeenschap, Overzicht Nederland
viii Mok Judith; “De familie Lopes Suasso, financiers van Willem III”. Waanders, ISBN 9789066301429.
ix Cortissos, R.S. “De geschiedenis van de Portugese joden in Nederland.” Vereniging Nederlandse Genealogie. 4 augustus 1995, nr. 3, Amersfoort e.o.
x Gomes Casseres, Charles; “A Brief History of The Sephardim of Curacao”, www.sefarad.org
xi Hendriks, Paul, “Antisemitisme in Nederland”, Univ. Leiden 1997 p. 11.
xii Hendriks, Paul, ‘Antisemitisme in Nederland’, Univ. Leiden 1997 p. 11. Zie ook: Geschiedenis van de Joden in Nederland, onder redactie van Hans Blom, Rena Fuks-Mansfeld en Ivo Schöffer, 1995, 502 p., Balans – Amsterdam, ISBN 90-5018-296-8
xiii Aan het einde van de zestiende eeuw was het aandeel protestanten van de bevolking slechts tien procent, aldus een contemporain historicus: Hans Knippenber; “De religieuze kaart van Nederland”, Van Gorcum 1992, p. 20.
xiv Anton Constandse: Oranje zonder mythe” (1980).
xv Frans de Maegd; “De revolutie in de Nederlanden onder het vaandel van de godsdienst”, 20 oktober 2007,www.skolo.org
xvi Trouw, 19 mei 1995; “Willem van Oranje blijft een raadsel”. Bespreking van K.W. Swart: “Willem van Oranje en de Nederlandse opstand 1572-1584” door J.W. Schulte Nordholt.
xvii NRC, 18 juli 2003 “Echte kerels vechten ver van huis.” Boekbespreking van Yolanda Rodríguez Pérez: “De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen”.
xviii Zie voor verontwaardiging Trouw over het Volkskrantartikel: Trouw, 19 mei 1995; “Willem van Oranje blijft een raadsel”. Bespreking van K.W. Swart: “Willem van Oranje en de Nederlandse opstand 1572-1584” door J.W. Schulte Nordholt.
xix Adriaanssen, Leo: “Staatsvormend geweld. Overleven aan de frontlinies in de meierij van Den Bosch”, 1572-1629, ISBN 978-90-70641-82-5, Zie ook: het zeer koningsgezinde Reformatorisch Dagblad: “Smet op blazoen Willem van Oranje”, 21-11-07 en de VPRO-docu: “Willem van Oranje en de Tachtigjarige Oorlog in Den Bosch”, 21-10-07.
xx Constandse, Anton; “Oranje zonder mythe” (1980).
xxi Adriaanssen, Leo: “Staatsvormend geweld. Overleven aan de frontlinies in de meierij van Den Bosch”, 1572-1629, ISBN 978-90-70641-82-5
xxii Trouw, 19 mei 1995; “Willem van Oranje blijft een raadsel”. Bespreking van K.W. Swart: “Willem van Oranje en de Nederlandse opstand 1572-1584” door J.W. Schulte Nordholt.
xxiii Aart Brouwer; “In naam van Oranje. Een andere kijk op de opstand.” Groene Amsterdammer, 17-11-07.
xxiv Dr. J.G. Van Dillen, “De Amsterdamsche wisselbank in de zeventiende eeuw.”, uit The Economist, vol. 77, nr. 1 , dec 1928.
xxv Zie: Prof. Dr. M. van Nieuwkerk: “De Wisselbank: van stadsbank tot bank van de wereld.”
xxvi Mussolini: “Het is toepasselijker als men fascisme, corporatisme noemt want het is de samensmelting tussen staats- en corporate macht.” Bron: http://www.informationclearinghouse.info/article7260.htm
xxvii NRC “AEX-effectenbeurs”, Pleus & Schöndorff, 22 maart 1999.
xxviii “Kleine aandeelhouders haakten al snel af door de duur van het eerste succes. Zo kwam de VOC snel in handen van enkele rijke families.” Uit ‘Aandeel’ Bron: wikipedia Ned, geraadpleegd 2 april 2010.
xxix “It caused trouble in Amsterdam, where a well-known Jewish merchant, Isaac le Maire, addressed a remonstrance to the States-General which questioned the power of the Company…” in Eric Newby: “The Rand McNally world atlas of exploration”, p. 125. Een Isaak le Maire wordt ook genoemd op p. 60 van : “Jews and the American Slave Trade”, Saul Friedman. Transaction Publishers. p. 60.
xxx “Isaac le Maire heeft ook geprobeerd met zijn kennis van de VOC de Compagnie financieel dwars te zitten. In 1609 richtte hij samen met acht anderen een geheime compagnie op met als doel handel te drijven in aandelen van de VOC. Le Maire bezat bijna een kwart van de aandelen. Deze zogenaamde “Grote Compagnie” verkocht aandelen VOC op termijn en op naam van de deelnemers, zonder ze echter in bezit te hebben. Dit is misschien het eerste gedocumenteerde geval van short gaan” (bron wikipedia ‘Isaak le Maire’ geraadpleegd 2 april 2010).
xxxi Willem van Oranje van Oranje was een piraat”, VPRO Geschiedenis, 21 november 2008. Piraten Encyclopedie, Arne Zuidhoek, Uitgeverij Aspekt B.V. September 2006.
xxxii Hendriks, Paul, “Antisemitisme in Nederland”, Univ. Leiden 1997 p. 31. Zie ook: Israël, J. I., “De Republiek der verenigde Nederlanden tot omstreeks 1750-demografie en economische activiteit”, in: Schöffer, I., (e.a. red.), Geschiedenis van de Joden in Nederland., (Amsterdam 1995) 97-126, p. 122.
xxxiii Hendriks, Paul, “Antisemitisme in Nederland’, Univ. Leiden 1997 p. 31 (Stichting Historisch Platform). Dillen, J. G. Van, Van Rijkdom en Regenten., (Den Haag 1970) 455; en : Israël, J. I., “The Amsterdam stock-exchange and the English revolution of 1688”, TvG, 103 (1990) 412-440, alhier: p. 416-420.
xxxiv Collectie Nederland, “Tulpenmanie veroorzaakte beurskrach.”: http://www.collectiegelderland.nl/verhalen/tulpenmanie “De tulpenmanie in de Gouden Eeuw die leidde tot de eerst krach in de geschiedenis”, uit: VPRO’s ‘OVT’ 5 maart 2006 “ Tulpengoud: Hartstocht, dromen en illusies in de tulpenwereld.
xxxv Zie ook: Israël, J. I., ‘De Republiek der verenigde Nederlanden tot omstreeks 1750-demografie en economische activiteit’, in: Schöffer, I., (e.a. red.), Geschiedenis van de Joden in Nederland., (Amsterdam 1995) 97-126, p. 123.
xxxvi Martine Julia van Ittersum (2006). “Hugo Grotius, Natural Rights Theories and the Rise of Dutch Power in the East Indies 1595-1615”. Boston: Brill, hoofdstuk 1. Grotius als VOC-gezant in Engeland en nationaal geschiedschrijver: Geert H. Janssen; “Het stokje van Oldebarneveld”, deel 14 uit “Verloren Verleden”, p. 42. Citaten afkomstig uit de tekst van Henk Nellen; “De man achter Mare Liberum – historische context”; Grotius Symposium “Mare Liberum 1609 – 2009” door de Juridische Faculteitsvereniging Grotius te Leiden Mare Liberum op 20 maart 2009; URL: http://www.mareliberum.nu/kp_userfiles/file/uploads/historischecontext_voor_printen_80.pdf
xxxvii Frederik Willem Stapel; “De Gouverneurs-Generaal van Nederlandsch-Indië in beeld en woord”, pp. 60-61.
xxxviii Zie: www.madretsma.net een initiatief dat het weggestopte verleden van Amsterdam als centrum van slavenhandel onder de aandacht brengt. Van Loon URL: http://www.madretsma.net/node/35 Verder: “Niemand anders dan de WIC mocht in het Atlantisch gebied handelen in Afrikanen en het waren met name de Amsterdamse handelaren die daarin de dienst uitmaakten. Mensenhandel was overigens niet hun enige business, alles wat geld opbracht was handel. Daarnaast zaten ze ook in de politiek, als burgemeester of bestuurder van de stad. Bekende namen uit die tijd zijn bijvoorbeeld die van Bicker, Bloemaert, Van Collen, van Loon, Witsen, Van de Poll, Trip, Broen, Valckenier of Godin. Allemaal machtige families, woonachtig aan een van de grachten. Paulus Godin (1618-1690), zeer actief in de slavenhandel en met een vermogen van meer dan 130.000 toenmalige guldens, betrok bijvoorbeeld een prachtig pand aan de Herengracht 502”. Uit: Professor A. Stipriaan; “Amsterdam & slavernij” 7 juni 208 (Stichting Amsterdams Centrum). URL: http://www.30juni-1juli.nl/index.php/publicaties/folders/amsterdam-a-slavernij.html Verder: Grotius als VOC-gezant in Engeland en nationaal geschiedschrijver: Geert H. Janssen; “Het stokje van Oldebarneveld”, deel 14 uit “Verloren Verleden”, p. 42. Citaten afkomstig uit de tekst van Henk Nellen; “De man achter Mare Liberum – historische context”; Grotius Symposium “Mare Liberum 1609 – 2009“ door de Juridische Faculteitsvereniging Grotius te Leiden Mare Liberum op 20 maart 2009; URL: http://www.mareliberum.nu/kp_userfiles/file/uploads/historischecontext_voor_printen_80.pdf
xxxix Voor cocaïneproductie, slaven- en hardrugshandel in Nederland, zie: “Balkenende verheerlijkt handel in harddrugs”, “Vier en een halve eeuw calvinistische normen- en waardeloosheid: De strijd tegen de menselijkheid”.

Door Jim Beame

download PDF-versie

Originele artikel:
http://anarchiel.com/display/de_wereld_in_gijzeling_deel_iii_corpocratie_glorieuze_vinding_gouden_eeuw

Dit bericht is geplaatst in Het Einde van ons Beschikkingsrecht. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *