POËZIE – Monument voor een doofpotkind

Klik hier voor meer over Tom Oldenbroek

Ter nagedachtenis van Tom …
Er zijn krachten aan het werk die (kennelijk) nog steeds niet wensen dat deze zaak wordt opgelost – er zullen echter altijd weer mensen zijn die opstaan en zullen strijden voor ons recht – waarbij ze zich niet laten onderdrukken noch manipuleren en niet eerder opgeven voor die onderste steen boven water zal zijn …

Tom verdween in de nacht van 12 /13 febr. 2000
en werd 18 febr. 2000 dood gevonden.

POËZIE – Monument voor een doofpotkind

Door , 8 februari 2012 | Reageer (4)

MONUMENT VOOR EEN DOOFPOTKIND

Niemand wilde hem beschermen.

Eenmaal verdwenen, wilde niemand hem zoeken.

Geen stille tocht met kaarsjes en witte ballonnen voor Tom. Geen gedenkteken op de plaats waar hij het laatst is gezien door hen, die hem geen lift wilden geven naar huis. Geen bloemen, beertjes, briefjes op de plek waar hij gevonden is. Geen vlag halfstok in het dorp.

Geen onderzoek naar zijn verdwijning en dood.
Geen doodsoorzaak noch gerechtigheid voor Tom.
Héél tevreden was zijn familie daarmee.

Ik heb zijn lege lichaam veilig toegedekt met aarde – het enige wat ik nog kon doen om hem te beschermen tegen zó veel onverschilligheid.

Heel de Aarde verklaarde ik tot zijn graf. Mijn leven een monument voor hem, die voor even mijn zoon mocht zijn.

Verzwegen en tot zwijgen gedwongen leen ik hem mijn stem, totdat hij gehoord is. Totdat gezegd is wat hij niet meer zeggen kan.

De onverschilligen die het gebeente van de doden niet onder hun voeten vóélen, hebben geen poot om op te staan, al dansen zij, als zombies sinds de oertijd, op ontelbare graven.

 

In een andere winter, net zo koud en wit als deze, zei ik het zo:

 

Tussen de bladzijden
als opeengeknepen lippen
van een blanco boek
is het kind verdwenen
de moeder volgt
het koude spoor
haar pen schaatst hakkend
over witte lege vlakten
jagend op alles wat nu zwijgt
en alleen nog dor ritselt
in vriesdroog broos papier
kalligraferend, speurend
de leegte boetserend
tot een levend lichaam
waarin wat verdween weer wonen kan
in zonovergoten sneeuwwitte bloesem
kristalliserend in ‘t filigrein
van tastend geschreven woorden

maar ‘t kind vlucht
van bladzij naar bladzij
als een hersenschim
haar altijd één of meer
maagdelijke katernen voor
en zij ademt al zijn namen
als ijsbloemen voor zich uit
van bladzij naar bladzij
en kan niet anders
dan hem volgen
door die witte woestenij
naar de allerlaatste bladzij
waar voorbij de laatste punt
achter het laatste woord
in barensweeën geschreven
‘t kind – allang ontstegen
aan de buik van ‘t labyrint –
schaterlacht en háár verwacht
onthuld in niets dan eeuwigheid

-o0o-

 

  • © 2014 Tom Oldenbroek

Er waren 4 Reacties op dit artikel

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *